V.l.n.r. de cliëntondersteuners van Woensdrecht: Elicia, Marjon, Hans en Ada.
V.l.n.r. de cliëntondersteuners van Woensdrecht: Elicia, Marjon, Hans en Ada. Foto: Jolanda Hugens Kommers

Hulp bij zorg en ondersteuning begint hier

Algemeen

WOENSDRECHT – Aan een tafel zitten ze bij elkaar: Ada, Hans, Marjon en Elcilia. Vier gezichten achter een functie waar veel mensen nog nooit van gehoord hebben: onafhankelijke cliëntondersteuner. En dat doen ze allemaal op vrijwillige basis. “Eigenlijk is het simpel”, zegt Hans, “als mensen ons niet vinden, kunnen we ze ook niet blij maken.”

Iedereen vanaf 18 jaar kan bij hen terecht. Toch zien ze in de praktijk vooral ouderen. De meeste vragen gaan over de Wmo: huishoudelijke hulp, een scootmobiel, een aanpassing in huis, een traplift. “Vaak begint het met één zin”, vertelt Marjon. “‘Ik red het thuis niet meer zo goed…’ of ‘Ik durf niet meer zelf te rijden.’ Daar zit van alles achter. Eenzaamheid, overbelasting, zorgen. Wij gaan dan eerst gewoon luisteren.”

Ze legt uit hoe dat gaat. “Meestal maken we een afspraak thuis. Dan zie je meteen hoe iemand leeft. We kijken samen: wat is nu echt het probleem? Wat kun je zelf nog? Waar heb je hulp bij nodig? Daarna bereiden we het gesprek met de gemeente voor. Die komt namelijk heel vaak bij de mensen thuis voor een ‘keukentafelgesprek’. Als mensen dat fijn vinden, zijn we bij dat gesprek ook aanwezig.” Ada knikt. “Mensen maken zichzelf vaak kleiner dan ze zijn. ‘Ach, dat lukt nog wel, ik wil niet klagen’, zeggen ze dan. Terwijl ze eigenlijk al over hun grens heen zijn. Dan is het fijn als er iemand naast je zit die zegt: ‘Vertel nu maar gewoon hoe het echt gaat.’”

Een deeltaxipas, een maatje, of gewoon een goed gesprek

Niet elke vraag past precies in een hokje. Soms gaat het wél over de Wmo, soms juist niet. Ada vertelt: “Ik had laatst een mevrouw aan de telefoon. ‘Ik kom niet meer rond met mijn AOW,’ zei ze. Dat is geen Wmo-zaak. Maar dan hang je niet op. Dan denk je mee: is er een welzijnsorganisatie die kan helpen? Is er familie? Je bent toch even aan het puzzelen. En we kunnen ook vaak verwijzen naar de cliëntondersteuners van MEE West-Brabant, die zijn op andere gebieden deskundig dan wij. Met hen werken we goed samen.”  

Elcilia deelt een ander verhaal. Een man met beperkingen die maar moeilijk zijn weg vond. “Hij had eigenlijk vooral iemand nodig die naast hem ging staan. We hebben toen gezocht naar een maatje, iemand die af en toe meegaat, helpt, luistert. Uiteindelijk klikte het. Ze zijn jaren met elkaar opgetrokken.”

Dat vind ik prachtig: dat je net dat ene zetje kunt geven waardoor iemands wereld groter wordt.” Hans ziet vaak vragen over vervoer voorbijkomen. “Een deeltaxipas is vaak een sleutel tot de buitenwereld. Naar de kaartclub, de kerk, een vriend of vriendin. Soms moet je daar samen met de cliënt echt goed naar kijken om de gemeente uit te leggen dat iemand zo’n pas nodig heeft. Dan helpen wij om duidelijk te krijgen wat iemand nog wel en niet kan. Hoe ver kun je lopen? Waar moet je heen? Het gaat niet om cijfers, maar om of iemand nog mee kan doen.”

‘We zijn niet van de gemeente – we staan naast de cliënt’

Alle vier benadrukken ze één ding: ze werken goed samen met de gemeente, maar ze werken er niet voor. “De gemeente kijkt zeker naar het individu, maar moet naar het grote plaatje kijken,” zegt Hans. “Wij mogen ons richten op één persoon. Dat maakt uit. Wij zitten er puur voor het belang van de cliënt. Dat betekent ook dat we eerlijk zijn: soms zeggen we óók dat iets waarschijnlijk niet wordt toegekend. Daar heeft niemand iets aan: iemand weken hoop geven voor een aanvraag die geen kans maakt.” Marjon vult aan: “En als we denken dat een afwijzing onterecht is, dan zoeken we mee naar wat wel kan. Soms betekent dat een bezwaar indienen bij de gemeente, soms juist een andere route.”

Waarom doen ze dit vrijwillig?

Bijna alle vier zijn ze al jaren actief. De motivatie is persoonlijk. “Je wereld wordt kleiner als je stopt met werken,” zegt Ada. “Dit werk houdt me onder de mensen. Je hoort verhalen, je mag belangrijk zijn. En je leert elke keer zelf ook weer bij.” Hans vertelt over zijn vader, die dementie had. “Ik heb toen zelf veel moeten uitzoeken. Ik wist de weg, ik had de energie, ik kende het systeem omdat ik een zorgachtergrond heb. Maar ik dacht: het kan toch niet zo zijn dat je alleen goed geholpen wordt als je toevallig iemand in je omgeving hebt die dat allemaal regelt? Dat is een beetje mijn missie geworden: zorgen dat mensen hun weg vinden in dat systeem.” Marjon: “Wat ik het mooiste vind? Dat moment na een lastig gesprek, als iemand zegt: ‘Ik ben zo blij dat je mee was.’ Dan weet je waarom je dit doet.” Elcilia glimlacht. “En we hebben onderling veel steun aan elkaar. We spreken elkaar regelmatig, delen casussen, nieuws, veranderingen. Je doet het samen.”

‘Misschien moet ik toch eens bellen’

De vier cliëntondersteuners zien dat de vergrijzing toeneemt, terwijl voorzieningen onder druk staan. Tegelijkertijd wordt er veel van mensen zelf verwacht. “Zolang je het niet nodig hebt, verdiep je je nergens in,” zegt Ada. “Totdat er ineens iets gebeurt: ziekte, een val, een partner die wegvalt. Dan moet je in korte tijd veel beslissen. Dan is het fijn als er iemand met je meedenkt.” Daarom hopen ze dat dit verhaal vooral één ding doet: een kleine beweging in gang zetten. “Als iemand dit leest en denkt: ‘Misschien moet ik toch eens bellen’ - dan is het al geslaagd,” zegt Hans. “Of als je denkt: ‘Dit is iets voor mijn buurvrouw, vader, tante’,” vult Marjon aan. “Begin dan gewoon met een gesprek. Soms is één telefoontje al genoeg om weer verder te kunnen.”

Hoe kom je bij hen terecht?

Je hebt géén verwijzing nodig van een huisarts of de gemeente.
De ondersteuning is gratis, voor iedereen vanaf 18 jaar.De contactgegevens van Ada, Hans, Marjon en Elcilia staan op de website van de gemeente Woensdrecht:
https://www.woensdrecht.nl/onafhankelijke-clientondersteuning