Afbeelding
Foto: Jolanda Hugens Kommers

De dunne lijn tussen goed en fout

Algemeen

HOOGERHEIDE – “Als tijdgenoot weet je nooit waarheen de geschiedenis beweegt. Pas achteraf zie je wat goed was, en wat fout.” Met die woorden opende historicus Chris van der Heijden zondag zijn lezing in MFC Kloosterhof. De stoelen waren niet allemaal bezet, de aandacht wel.

De bijeenkomst, georganiseerd door Heemkundekring Het Zuidkwartier en Chris van der Veen, draaide om morele keuzes in oorlogstijd. De centrale vraag: is alles zwart-wit, of bestaat er vooral grijs? Voor Van der Heijden, auteur van de bestseller Grijs verleden, is die vraag persoonlijk. In zijn nieuwe boek ‘Over de rand laait vuur’’ onderzoekt hij het verleden van zijn ouders, beiden schrijvers die in de oorlog ‘de verkeerde kant’ kozen.

“Die kist stond er mijn hele jeugd”, zei hij over de groene legerkist op zolder, jarenlang afgedekt met dekens. “We mochten er niet in kijken, maar iedereen wist dat er iets in lag. Op een dag heb ik hem opengemaakt. Daarin zaten de brieven van mijn ouders - een schat aan verhalen, en de pijn van keuzes die nooit zijn uitgepraat.”

Het grijze midden

Van der Heijden benadrukt dat de meeste Nederlanders geen uitgesproken keuze maakten. “Ongeveer 25.000 mensen waren actief in het verzet. Op een bevolking van negen miljoen is dat niet veel. De meesten probeerden te overleven.” Hij schetst de dunne lijn tussen goed en fout: de bakker die voor de kazerne brood bakt; de buurman die je een keer vraagt te helpen en zo in het verzet trekt.

Zijn vader werd na de oorlog veroordeeld, maar nam later afstand van zijn overtuigingen. “Hij zei vaak: ‘Chris, wees blij dat de Duitsers verloren hebben.’ Hij zag wat voor samenleving dat zou zijn geweest.”

De vraag die blijft

Toch blijft één vraag knagen: wat wist zijn vader van de Holocaust?
“Hij reisde in 1942 door Polen en liep door het getto van Krakau”, vertelde Van der Heijden. “Hij schreef over de drukte en de honger – Wist hij het? Of wilde hij het niet weten?”

Van der Heijden neigt naar het laatste. “Mijn vader was zo met zijn overtuigingen bezig dat hij niet wilde zien wat hij had moeten zien. Dat verwijt ik hem: niet goed willen kijken.” Tegelijk waarschuwt hij voor oordelen met de kennis van nu.

Aan het slot las hij een passage voor uit de autobiografie van zijn vader, over het Joodse volk dat ondanks alles bleef bestaan. 

De lezing werd  geopend door burgemeester Adriaansen en Chris van der Veen.
“Wie leeft,” besloot Van der Heijden, “staat altijd ergens tussen goed en fout. De kunst is om dat te durven zien - vooral nu.”

Afbeelding