
Het is zoals het is: Oogcontact
Algemeen
Een meisje van tien deed het wel, diezelfde avond ontbrak het bij een jongen van twintig jaar. Ik heb ‘t over oogcontact.
Er was een tijd dat je iemand ontmoette en automatisch twee dingen deed: je gaf een stevige hand en je keek elkaar aan. Niet vluchtig. Niet half. Gewoon: hallo, jij bent een mens en ik zie je. Blijkbaar is dat inmiddels een soort nostalgisch gebruik geworden. Want kijk eens om je heen; capuchons diep over het hoofd getrokken, ogen verstopt achter schermen, blikken die langs je heen glijden alsof je een lantaarnpaal bent. Jongeren die elkaar groeten zonder elkaar ook maar één seconde echt te zien. Volwassenen trouwens net zo goed, alleen hebben die geen hoodie nodig, die hebben een telefoon. En ik hoor mezelf dan denken: wanneer zijn we gestopt met elkaar aankijken? Ik heb altijd geleerd: als je iemand een hand geeft, kijk je diegene aan. Stevig en aanwezig. Geen slap visje, geen halve blik richting vloer. Nu zitten we naast elkaar, maar kijken liever naar een scherm dan naar een gezicht. En ergens vind ik dat ongemakkelijk. Niet ouderwets ongemakkelijk, maar menselijk ongemakkelijk. Want hoe minder we elkaar aankijken, hoe makkelijker het wordt om elkaar ook niet echt te zien. Dus nee, ik hoef geen grote revolutie. Geen regels, geen campagnes. Maar misschien gewoon dit: Capuchon af. Telefoon even weg. Ogen omhoog. En als je iemand ontmoet? Geef een hand en kijk even. Echt het kost niks maar het zegt alles...
Ankie Stuijts













