Notaris Caroline de Maat
Notaris Caroline de Maat

Bij de notaris: Behulpzame neef

Algemeen

In mijn agenda staat dat ik een afspraak heb met mevrouw J. en dat zij haar hondje meebrengt. Ik hoor van de telefoniste dat mevrouw een paar dagen eerder heeft gebeld om te vragen of zij haar huisdier mee mocht brengen. Het beestje is al op leeftijd en heeft verlatingsangst. Natuurlijk mag het hondje meekomen, geen enkel probleem.

In de wachtkamer zit mevrouw, met haar hondje op de grond naast zich. Moeizaam komen ze allebei overeind en schuifelen ze naar mijn kamer.

Mevrouw wil graag een testament maken. Ze is weduwe en heeft geen kinderen. Al lang heeft ze zich afgevraagd wie na haar overlijden haar erfenis moet krijgen, maar nog nooit heeft ze iets vastgelegd. Het moet er nu maar eens van komen.

Ze heeft zelf geen rijbewijs en een neef van haar man heeft haar naar ons kantoor gebracht. Hij staat nu buiten een sigaret te roken. 

Ik vraag haar wie haar geld en andere bezittingen moeten krijgen na haar overlijden, m.a.w. wie haar erfgenamen moeten worden. Dat zijn de twee kinderen van haar aangetrouwde neef, zo geeft ze aan. Die moeten allebei de helft krijgen. Er zijn geen specifieke spullen die ze apart aan iemand wil vermaken, en de neef moet executeur worden, dat wil zeggen dat hij na haar overlijden alles kan regelen.

Het is duidelijk wat de wensen van mevrouw zijn, en we spreken af dat zij een paar weken later op mijn kantoor het testament zal komen ondertekenen. Uiteraard zal ik tevoren nog het ontwerp van het testament naar haar sturen. 

Maar een aantal dagen later krijg ik opeens een telefoontje van mevrouw. Ze is een beetje over haar toeren.

De neef van haar man helpt haar met allerlei zaken, zo vertelt ze weer. Mevrouw heeft wel een computer, maar daar kan ze niet mee uit de voeten. Haar man deed dat vroeger allemaal. Voor allerlei praktische dingen is ze nu dus erg afhankelijk van die neef. En het is weliswaar heel fijn dat hij haar met van alles helpt, maar hij wil ook steeds meer voor haar bepalen. En daar is ze niet zo van gediend. Want eigenlijk wil ze niet alleen de kinderen van de neef tot erfgenaam benoemen, maar wil ze dat haar petekind, de zoon van haar enige zus, ook een deel krijgt. Maar toen ze dat aan de neef van haar man vertelde, werd hij boos en dreigde hij haar voortaan niet meer te zullen helpen. Wat moet ze nu?

Uiteindelijk wil zij dat haar petekind de ene helft van haar erfenis krijgt en de kinderen van de neef samen de andere helft. Daarnaast wil ze dat haar boekhouder na haar overlijden alles zal regelen, “zodat ik zeker weet dat alles eerlijk verloopt”. 

Ik maak twee testamenten voor haar: één versie waarin staat dat de kinderen van haar neef alles krijgen en een tweede versie waarin ook haar petekind meedeelt. Het ontwerp van de eerste versie stuur ik naar haar: de kans is groot dat neef de stukken zal inzien. Op de afgesproken dag komt zij naar mijn kantoor. Ze tekent dan twee testamenten: de eerste versie, waarvan ik haar een officiële gewaarmerkte kopie meegeef, en daarna de tweede versie, waarvan ik haar geen kopie geef.

Maar die laatste versie geldt!