
Het is zoals het is: Appelmoes
AlgemeenHet angstzweet breekt me soms uit bij de gedachte dat ik later hulpbehoevend word en in een verzorgingstehuis beland.
Afhankelijk van wanneer de verpleegkundige tijd heeft om me op de wc te zetten of er weer af te halen. Moet je verschoond worden, dan hoop je op een lieve zuster of broeder met een zachte hand. Liever geen te harde washandjes die over mijn dunne, toch al blanke en doorzichtige huid schuren alsof ik een aanrecht ben. Afhankelijk van het programma die middag: sjoelen of bezoek. Eigen nageslacht heb ik niet, al zegt dat tegenwoordig ook niet alles meer. Genoeg mensen voelen zich alleen omdat hun kinderen het te druk hebben, met leven. Mijn angst is die kamer, waarin misschien mijn vriendinnen van vroeger zitten, maar me niet meer herkennen. Dat je ziet hoe ze langzaam verdwijnen, tot ze niet meer weten welke dag het is. En ja, ik weet het: oud worden is een voorrecht. Dat is niet iedereen gegeven. Maar het kan natuurlijk ook anders lopen. Dat je het eigenlijk best naar je zin hebt. Dat je op vaste dagen bingo speelt, een dikke knipoog uitdeelt aan die jonge broeder. Elke middag een warme maaltijd, met een kuipje appelmoes als een soort gebakje van de dag. Dat noem ik genieten. Tenzij de directie op een dag besluit dat, na het advocaatje, de appelmoes niet meer mag worden geserveerd. Maar dat zou wel héél gek zijn. Toch?
Ankie Stuijts













