Hertog Jan en Guus Meeuwis
Hertog Jan en Guus Meeuwis Foto: Eric Elich

Volluk: Zangles / volkslied

Algemeen

Zo rond1960 bij ons op de lagere school, nu basisschool, hadden we in de derde klas, nu groep 5, eens per week zangles. Althans, zo heette het. De naam doet vermoeden dat ze ons leerden zingen, helaas mochten we alleen liedjes van buiten leren die de meester opgaf en op het bord stond, meen ik, de tekst. Of was er al een liedboekje?

Er waren liedjes die eerst door de katholieke keuring moesten volgens mij, daar ze erg zoetsappig waren, de meeste ben ik vergeten. Heel soms hoor je ze in een of ander nostalgisch programma nog voorbij komen.
Ik zelf ben geen zangtalent, maar vond het canon zingen wel heel leuk, het lied Vader Jacob en dan ook nog eens de Franse versie, was een tophit in onze klas.
Verder natuurlijk allereerst het Wilhelmus, we snapte niets van de tekst die we zongen, maar vragen werd niet op prijs gesteld. We zongen dit ook altijd bij de aubade op Koninginnedag, waarbij de Halsterse schooljeugd allemaal stond opgesteld voor het gemeentehuis. Dat er niet gelijk gezongen werd, was elk jaar weer hilarisch. Wij gaven de meisjes de schuld, die op hun beurt zeker wisten dat de jongens schuldig waren.

Op een dag kwam de meester met een nieuw lied namelijk: het Brabantse volkslied, zo werd ons verteld, en als de meester het zei was het onherroepelijk waar.
        

Toen de Hertog JAN kwam varen
Te peerd parmant al triomfant
Na zevenhonderd jaren
Hoe zong men t` allen kant
Harba Lorifa zong de Hertog
Harba Lorifa
Na zevenhonderd jaren
In dit edel Brabantse land


Wat waren we trots op dit lied, we hadden weinig om trots op te zijn in die tijd, maar er werd ons ingeprent dat er met Brabant niet te spotten viel. Toch maar mooi de tweede grootste provincie van ons land, en vroeger zelfs een heel belangrijke provincie. Hoe dat nu zat met die hertog en waar hij 700 jaar had gezeten, en waarom Noord-Brabant in het zuiden ligt werd ons er niet bij verteld.
Nee, dat was geschiedenis en dat bestond vooral uit jaartallen opdreunen. Ook hier telde weer, wat de meester vertelde moest je goed kunnen herhalen om een goed cijfer te krijgen (of alles wel klopte was niet van belang). Vooral de tweede regel van ‘te peerd parmant’ was in ons dialect al gauw ‘te pèèrd parmant’. En hoe het nou precies zat met ‘kwam varen’ en ‘te peerd parmant’ moesten we maar zien als bij Sinterklaas, ook per boot, met een paard (en ook niet waar?). Het lied had 7 coupletten maar net als bij het Wilhelmus is alleen het eerste couplet bij gebleven.
Lang vond ik ‘het Dorp’ van Wim Sonneveld het lied van ons Brabanders maar het blijkt dat alle Nederlanders die van een dorp komen vinden van ‘dat was bij ons!’. We hebben helemáál geen Brabants volkslied, ze zijn er al lang over in discussie, maar er is nooit een beslissing genomen.

Nu hoorde ik deze week Guus Meeuwis het lied ‘Brabant’ vertolken op de televisie en dan hoor je hoe het Brabants leven is en hoe dit door Brabanders wordt beleefd. Laten wij gewoon Brabant van Guus adopteren als ons eigen volkslied met een tekst die iedereen herkent en ons allen aangrijpt. En als er straks over enkele decennia weer een beter lied komt, dan nemen we dat dan toch, in plaats van een lied wat niemand begrijpt: Harba Lorifa?! Misschien ook iets om over na te denken: de lofzang over Willem van Oranje oftewel  Het Wilhelmus (van Oranje /van Dietse bloed).

Fijne vakantie
Twan simons

 P.S. Voor de liefhebber couplet 2:
Hij kwam van over ‘t water
den Schelde vloed aan wal te voet
`t Antwerpen op de straten
zilveren veren op zijn hoed
Harba Lorifa zong de hertog
Harba Lorifa
‘t Antwerpen op de straten
lere leerzen aan zien voet