
Hoogerheidenaar Adrie Adriaansen eeuw jong
AlgemeenHOOGERHEIDE - Op vrijdag 18 september 2026 is het groot feest in de Duinstraat in Hoogerheide. Dan viert Adrie Adriaansen namelijk zijn honderdste verjaardag. In een tent in de achtertuin is dan iedereen hartelijk welkom om de eeuweling te feliciteren, inclusief de burgemeester. Er zijn immers niet veel mannen die dit halen. Toch zeker niet terwijl ze nog geheel zelfstandig in hun eigen huis wonen en elke dag nog volop actief zijn.
Adrie is nog steeds goed gezond. Hij leest elke dag nog de krant van voor naar achter, hij onderhoudt nog zijn flinke moestuin, verzorgt nog zijn vogels en ontvangt nog altijd zijn gasten met een zelf gezet bakske koffie. Alleen zijn gehoor is inmiddels minder geworden en hij verricht zijn activiteiten in een wat langzamer tempo dan vroeger.
Werken met veertien jaar
“Toen ik veertien werd had ik geen fiets om naar Bergen naar een vervolgopleiding te gaan. Ons vader werkte bij een boer, maar had zelf ook heel wat grond. Ik moest dus van school af en aan de slag, want er was werk zat. Zo ging dat in die tijd.”
Als Adrie eenmaal op zijn praatstoel zit, komen de verhalen vanzelf. “Heel de week was het hard werken. Alleen op zaterdag en zondag mocht ik een potje gaan biljarten.”
Wederzijds
“Op zestienjarige leeftijd verloor ik mijn moeder. Toen ik mijn latere vrouw Chris leerde kennen was ze nog erg jong, maar ons vader zei: “Zouden jullie onderhand niet willen trouwen?” Ze viel namelijk ook bij vader goed in de smaak en dat was wederzijds. Zodoende was ze net geen 22 jaar toen we trouwden. Vanaf toen zorgde Chris voor drie mannen, namelijk ons vader, mijn jongste broer en mij. En we waren 71 jaar getrouwd, toen ze op 93-jarige leeftijd overleed.” Destijds werd er twee keer per maand een muziek- en dansavond georganiseerd in Ossendrecht en Hoogerheide en daar heeft het paar elkaar ontmoet.
Honderduit
Met name over de diverse banen die hij heeft gehad komt Adrie niet uitgepraat. Op 18-jarige leeftijd ging hij werken in Vlissingen, waar een groot gat in de dijk moest worden dichtgemaakt. Toen Adrie na twee weken naar huis mocht, werd hij ziek, maar hij mocht daarna toch terugkomen.
Adrie werkte in een ‘groentenfabriek’ in Krabbendijke, in de suikerfabriek in Stampersgat (waar hij per bus naar toe ging), in een andere ‘groentenfabriek’ in Stabroek waar een uur werken werd afgewisseld met een uur rusten. Hij diende twee jaar in het leger, maar hoefde gelukkig niet naar Indië. Vijftien jaar werkte hij bij ‘het spoor’ en daarna twintig jaar bij Fokker. Op 60-jarige leeftijd kon hij daarna via een gunstige regeling gaan genieten van zijn pensioen en dat doet hij nu dus al veertig jaar.
Zoete inval
Veel verhalen van Adrie gaan ook over de dieren die hij heeft gehouden. Om te beginnen een vaars, die hij als gezonde volwassen koe verkocht, maar die daarna niet meer wilde eten. Vervolgens hield hij stieren, varkens, kippen, konijnen, bijna veertig schapen en niet te vergeten vogels. Hoewel, eigenlijk was het vooral zijn vrouw Chris die de dieren verzorgde en vertroetelde. “Zij kon ook uitstekend overweg met dierenarts Mouws. Die vroeg haar zelfs of ze niet zijn assistente zou willen worden.”
Een donkere periode vond plaats in de oorlog, toen een Canadese tank (met een erg donker hoofd boven het luik) bij hen het erf op reed, drie schoten loste en weer vertrok. De Duitsers schoten natuurlijk terug, waardoor het huis zwaar werd beschadigd en ze er een jaar niet in konden wonen.
Zelfstandig
Adrie woont nog steeds zelfstandig in het huis aan de Duinstraat, dat in 1930 is gebouwd. Al die jaren is dit een gastvrij huis geweest, waar altijd wel mensen op de koffie kwamen en gezellig kwamen buurten. De familie spreekt zelf over ‘de zoete inval’ en dat is zeker niet overdreven. Adrie wil ook niet meer weg uit dit huis. “Een oude boom moet je niet verplanten. Daarom wordt het feest ook hier gevierd, want hier ben ik thuis, hier voel ik me thuis.”
Adrie is het nog lang niet beu op deze aarde. “Goed je bezigheden hebben en niet te veel prakkezeren”, is zijn motto. Hij spreekt dan ook met onze verslaggever af, dat die over een jaar weer terugkomt. Met een brede lach wordt daarop afscheid genomen.













