Fons van Zundert en Wim van Est
Fons van Zundert en Wim van Est

De Beul van ‘t Heike 75 jaar na legendarische tourcrash

Algemeen

HOOGERHEIDE – Wim van Est, geen ontkomen aan. Massaal staat men stil bij de dagen rond de legendarische tourcrash. Op 16 juli 1951 schreef Wim van Est wielergeschiedenis door als eerste Nederlander de gele trui in de Tour de France te veroveren. Lang kon hij niet van zijn succes genieten. Een dag later stortte hij tijdens de afdaling van de Col d’Aubisque in een ravijn en een van de bekendste Nederlandse reclameslogans was een feit: “Mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac liep.”

Exact driekwart eeuw later worden deze zomer in het gemeentehuis van Rucphen bijzondere stukken uit de privécollectie van de familie tentoongesteld. Ook  Nationaal Fietsmuseum Velorama te Nijmegen opende op 17 juli de tentoonstelling ’Wim van Est, 75 jaar na de val’. Het museum laat al vele jaren de iconische fiets aan haar publiek zien. Vanuit diverse contacten en onderzoek zijn de afgelopen periode unieke items toegevoegd en zo kon de expositie ingericht worden.

Oud-professional Gerard Koel (85) fietste nooit samen doch ontmoette de eerste Nederlandse geletruidrager een paar maal. “Wim van Est was een van de eerste tot de verbeelding sprekende wielrenners van ons land. Samen met mannen als Theo Middelkamp, Wout Wagtmans, Jan Nolten, Piet Damen, Jaap Kersten. Coureurs waar je voor via Jan Cottaar aan de radio hing. De voorgangers van de succesvolle lichting met Jo de Roo, Jo de Haan en iets later ook Jan Janssen. Ik zelf kwam net kijken toen Wim van Est begin zestiger jaren op late leeftijd afscheid nam. Ik kan me herinneren dat ik hem een keer in Den Bosch heb gesproken. Samen met premier Dries van Agt hebben we toen een poos over de wielersport zitten bomen. Ook was ik samen met Mart Smeets aanwezig tijdens de onthulling van de speciale plaquette, ik meen vijftig jaar na dato na de val.”

Geel, Col d’Aubisque, 70 meter ravijn. 

Wim van Est is echter veel meer dan de vernoemde bijzondere dag. Hij boekte in zijn carrière veel successen. Hij won in 1953 bijvoorbeeld ook als eerste Nederlander een etappe in de Ronde van Italië en veroverde daar de roze leiderstrui. Op de baan werd hij maar liefst vier keer Nederlands kampioen en hij behaalde drie podiumplekken tijdens het wereldkampioenschap achtervolging. Ook het klassieke werk schuwde hij niet. Zo maakte hij reeds in 1950 furore met het winnen van de klassieker over 550 kilometer Bordeaux-Parijs. Een huzarenstuk dat hij in 1952 en 1961 herhaalt. Daarnaast zegevierde hij in 1953 in de Ronde van Vlaanderen. Hoogerheidenaren Machiel Buijk en Fons van Zunderd besluiten medio jaren negentig de prestaties van ‘IJzeren Willem’ als openingsverhaal in hun nieuwste wielerboek ‘Rood-Wit-Blauw in de Klassiekers’ op te nemen. 

Op 23 november 1995 waren diverse hoofdrolspelers als Harrie Stevens, Gerrit Solleveld en Adrie van der Poel present in Café-Zaal In de Zon in Hoogerheide. Ook Wim van Est luisterde de presentatie van het literair hoogstandje persoonlijk op en nam uit handen van auteur Fons van Zunderd het eerste exemplaar in ontvangst. 

Bijzonder mens

Nog dagelijks mist ook Gerard Koel de in 2017 op 65-jarige leeftijd overleden schrijver van diverse wielerboeken. “Fons was een top gozer, een gouden vent. Een man waar niemand ruzie mee kon krijgen. Bezeten van de wielersport, hij volgde en wist alles. Samen met Vic van Ginneken, Bertus Ars, burgemeester Klitsie  en mezelf stond hij aan de wieg van de huidige GP Adrie van der Poel. Werkzaam in de financiële sector nam hij met verve de rol van penningsmeester op zich. Een bijzonder mens die nog volop zou genieten van de status die de wedstrijd nog altijd bezit.”

Nu we het toch over genieten hebben. Kon de tweede tourweek je bekoren? Gerard Koel: ”Natuurlijk, ondanks dat de gevestigde orde bijna dagelijks de dienst uitmaakt. Ik hoop dat er in de slotweek nog een verrassing te zien zal zijn. En anders geniet ik sowieso van de prachtige beelden die voorbijkomen. Veel wegen en plaatsen komen me nog altijd bekend voor. Kortom, maak je over mij geen zorgen.”