
Het is zoals het is: Oranjekoorts of toch niet?
AlgemeenIk heb momenteel de man waar veel vrouwen stiekem best jaloers op zouden zijn. Niet allemaal natuurlijk, maar toch een aanzienlijk deel. Mijn man houdt namelijk totaal niet van voetbal.
Echt helemaal niets. “Speelt Nederland vanavond?” vroeg hij laatst. “Oh, wist ik niet.” Dat was tijdens de eerste wedstrijd van Oranje. Waar sommige mannen weken van tevoren de speelschema’s uit hun hoofd leren, spelersstatistieken bestuderen en discussiëren over de ideale opstelling, leeft mijn echtgenoot vrolijk verder alsof er niets aan de hand is. Zodra het eerste fluitsignaal klinkt, verdwijnt hij richting schuur. Er moet altijd nog ergens een plank geschuurd, een schroef aangedraaid of een kastje opgehangen worden. Ik daarentegen hou wél van voetbal. En ja, ook een beetje van Virgil van Dijk. Tenminste, van zijn voetbalkwaliteiten natuurlijk. Ik kijk graag naar Oranje. Niet eens alleen vanwege het spel. Ik hou van de sfeer. Van de oranje straten, de verbroedering, de spanning, de hoop, de teleurstelling en de euforie als het ineens toch lukt. Van de Snollebollekes die weer uit iedere speaker knallen en van wildvreemden die elkaar na een doelpunt spontaan om de hals vliegen. Of het voetbaltechnisch allemaal hoogstaand is? Niet altijd. Soms lijkt het meer op collectief billenknijpen dan op topsport. Maar juist dat maakt een toernooi leuk. Dus voor alle vrouwen die verplicht naast een fanatieke voetbalman op de bank zitten, gehuld in een oranje shirt dat ze liever niet dragen: ik heb goed nieuws. Het hoeft niet, trek je plan. Ik zit ondertussen alleen op de bank voor de televisie. Terwijl mijn man in de schuur staat. Misschien wel naar een plank te kijken alsof die interessanter is dan voetbal. En eerlijk? Voor hem is dat waarschijnlijk ook zo...
Ankie Stuijts













