
Het is zoals het is: Komt goed
Algemeen“Komt goed.” Mijn persoonlijke afsluiting van elk gesprek.
Waar Brabanders eindigen met een warme “houdoe”, gooi ik er een geruststellend “komtgoed” achteraan. Aan elkaar geplakt inmiddels, alsof het één woord is geworden. En blijkbaar zeg ik het zo vaak dat mensen het zijn gaan koppelen aan mij. Dat besef kwam pas echt binnen toen ik een sweater cadeau kreeg met groot daarop: KOMTGOED. Stopwoordjes zijn eigenlijk fascinerend. Iedereen heeft er wel een. Van die woorden die ongemerkt tussen elke zin door fietsen. “Zeg maar.” “Eigenlijk.” “Letterlijk.” Dat laatste vooral door mensen die iets totaal niet letterlijk bedoelen.“Ik ging letterlijk dood van het lachen.” Nou, gelukkig niet, anders was dit gesprek ongemakkelijk geëindigd. Mijn “komtgoed” gebruik ik trouwens in alle situaties. Kleine nuanceverschillen daargelaten. “De trein heeft 40 minuten vertraging.” Komt goed. “Er ligt een rekening van 900 euro op de mat.” Komt goed… Het is ergens optimisme, denk ik. Of zelfbescherming. Niet alles komt goed natuurlijk. Dat weet iedereen boven de twaalf. Maar soms heb je gewoon behoefte aan woorden die even doen alsof dat wel zo is. En eerlijk? Het werkt nog ook. Want als iemand tegen míj zegt: “komt goed”, voel ik me direct rustiger. Zelfs als diegene zichtbaar geen idee heeft waar hij het over heeft. Dus ja, ik draag inmiddels mijn eigen stopwoord op een sweater. De volgende fase is waarschijnlijk een mok. En ergens vrees ik dat mijn grafsteen later gewoon zegt: “Komt goed.”
Ankie Stuijts













