Afbeelding
Foto: Everett Collection

Volluk: Taakverdeling

Algemeen

In de jaren 60 was het heel normaal dat er een duidelijke taakverdeling was in een huishouden. De man / vader zorgde voor het inkomen en de vrouw / moeder zorgde voor het reilen en zeilen thuis. Dit was een gewoonte, overgenomen van hun ouders en ook op school werd men hiervoor klaargestoomd. En ja, een echte keuze was er feitelijk niet.

Dat mannen vonden dat zij het zwaarste deel van de taken hadden was een vast gegeven, maar dat alles opgeteld de vrouwen meer moesten doen, daar stapten ze gemakkelijk overheen. Vader had hard gewerkt en thuisgekomen van de baas was het normaal dat er eten was en hij de krant kon gaan lezen.

Ik sprak een wat oudere vrouw die vertelde dat ze met een groot gezin vroeger nooit klaar was met werken, maar dat er altijd wat bleef liggen dat later weer gedaan moest worden, 7 dagen per week.

Maar ik wil het nu hebben over de vaste werkzaamheden. De man ging naar de baas, vaak hard werken voor weinig geld. De vrouw bestierde het huishouden, in die tijd kon ik echt geen drie mannen opnoemen die kookten, op een kok uitgezonderd natuurlijk.

In de tijd dat ik op de bus reed, kwam er iemand aanhollen wild met haar armen zwaaiend vanuit de Steenbergsestraat in Bergen op Zoom. Toen ze was ingestapt vertelde ze dat ze geluk had dat ze nu op tijd thuis kwam, ‘want’, zei ze ‘mijne mens (haar man) gewoon ging zitten om 12 uur’ en als zij niets klaarzette hij dan ‘gewoon ging zitten aan een lege tafel’. Kijk dat was nog eens rolverdeling.

Ook zo het verhaal van moeder, vader en een inwonende zoon, waarbij moeder alles thuis regelde. Zo legde zij altijd een stapeltje ondergoed op bed en andere schone kleren op de stoel in de slaapkamer als de mannen gingen douchen. Nadat moeder overleden was deed de zoon dit ritueel voor zijn vader, je kunt er om lachen maar zij vonden dat heel normaal. ‘De hele kast ligt door elkaar als mijn vader dat zelf moet doen’, vertelde de zoon.

Veel moeders smeerden ook het brood op voor hun kinderen, ook als die al wat ouder werden. Dat kwam ook voort uit zuinigheid, veel geld was er niet en kinderen durven 

nogal eens veel op hun boterham te smeren en het dan ook nog laten liggen. Of heel de tafel zat onder.

Ook zorgde moeder ervoor dat een ieder zijn kleding op orde had, vroeger in de winter een èm (hemd) borstrok daarover en dan een blouse en of trui. Wij als jongens liepen vaak tot laat in het jaar nog met een korte broek, en ook de meisjes hadden blote benen. Deels omdat je dan je kleding niet kapot viel, alleen je knieën en dat geneest wel weer.

Zo deed een kennis van ons de was voor een oudere oom die alleen was, en die had altijd nog een lange blauwe onderbroek en idem borstrok met sluiting aan, zomer en winter. Hij werkte ook heel de dag op het land en bij het onbekend zijn met een douche, had dat mensje heel wat te schrobben, want een wasmachine had ze toen nog niet...

Tot de volgende Volluk,

Twan Simons