Afbeelding

Het is zoals het is: Kopje kleiner gemaakt

Algemeen

Er zijn van die momenten in het leven waarop je ineens beseft: ik ben écht ouder aan het worden. Voor de een is het de leesbril, voor de ander het feit dat je de namen van nieuwe muziekartiesten niet meer kent. Maar wat mij pas echt met beide benen op de grond zette, letterlijk, was de ontdekking dat ik aan het krimpen ben. 

Ooit was ik 1 meter 75. Tenminste, dat stond op mijn paspoort en dat vertelde ik iedereen. Totdat ik, bij een medische controle, een onverbiddelijke meetlat trof. “U bent nu 1 meter 72”, zei de arts. “Nee! Ik was altijd 1 meter 75” probeer ik nog. Drie centimeter! Foetsie. Verdampt. En dan te bedenken dat ik niets eens fanatiek ben gaan tuinieren of zwaar heb getild met een kromme rug.
Blijkbaar is het volkomen normaal: vanaf je dertigste begin je, heel geleidelijk, lengte in te leveren. Alsof de zwaartekracht je langzaam terug probeert te trekken naar waar je vandaan kwam. We groeien, bloeien, pieken op onze hoogtepunt en dan, heel kalm, krimpen we weer. Alsof het leven een soort omgekeerde boom is. Dus voortaan kijk ik niet vreemd op als ik iemand hoor zeggen dat oma “vroeger groter was.” Natuurlijk was ze dat. Ze heeft de wereld al gezien vanuit een hoger perspectief. En ik? Ik omarm mijn krimpende zelf. Zolang mijn hoofd maar boven het aanrecht uit blijft steken…

Ankie Stuijts