
Het eierenzoekend overlevingsspel
AlgemeenPasen. De feestdag waarop we massaal doen alsof we in een serene lentebubbel leven, terwijl we in werkelijkheid gestrest in een struik liggen te fluisteren: “Wáár heb ik die eieren verstopt?”
Want Pasen is geen feest van rust. Het is een logistieke operatie. Een militaire missie met chocolade en servetten in pastelkleuren. Het begint met het eieren zoeken. Een traditie die ooit bedacht is door iemand die dacht: “Weet je wat kinderen leuk vinden? Verwarring.” Dus verstop je met zorg gekleurde eieren in je tuin of woonkamer, om vervolgens te vergeten waar je ze hebt verstopt. Drie weken later vind je er nog eentje terug achter de bank. Niet meer eetbaar. De kinderen stormen naar buiten met mandjes, ogen vol hoop, en een honger naar suiker. En dan: de brunch. Het hoogtepunt van Pasen. De enige maaltijd waarbij het sociaal geaccepteerd is om vier soorten broodjes, vijf kazen, zeven spreads en een schaal krentenbollen tegelijk op tafel te zetten, naast een vaas met takken waar eieren aan hangen alsof het de boom des levens betreft. De paasbrunch is ook het moment waarop oma steevast zegt: “Ik eet normaal nooit zoveel.” Terwijl ze een plak stol van drie centimeter dik op haar bord legt. En toch… ondanks de chaos, de kruimels in je haar en de mysterieuze geur van vergeten eieren, heeft Pasen iets magisch. Misschien omdat het zo kneuterig is. Zo mild. Zo… brunchig. Dus vier het leven, knabbel op een paashaas, zoek mee; vinden de (klein)kinderen leuk. Vrolijk Pasen. En succes met opruimen.










