
Volluk: In de put
AlgemeenIn de put
Ongeveer tot mijn vijfde levensjaar hadden wij thuis nog een waterput, bij ons in het buitengebied was er nog geen waterleiding. Het was een put met betonnen ringen, met erboven een stellage van hout, wat tevens de bescherming was om het vuil van bovenaf tegen te houden. Er zat een opwindmechanisme aan om de volle emmer naar boven toe te draaien.
Daarna verhuisden wij naar de nieuwe wijk en we hadden nu ook stromend water.
Goedkoop
Ik heb hierover al meer stukjes geschreven, maar wat mij altijd interesseerde was: hoe maakten ze zoiets, toen in de eerste helft van de vorige eeuw, zo zonder hulpmiddelen. Althans meer dan een schop en een emmer met touw was voor deze mensen toen niet voorhanden. Vergeet niet dat arbeid toen goedkoop was, men liet mensen liever met de hand werken, dan dat er een schaarse / dure machine werd ingehuurd.
Mannetje
Zo zat ik laatst in de Schoolstraat, op het grasveldje bij de bejaardenwoningen, te praten met mijn vriend Sjaak, een krasse bejaarde van door de negentig jaar. Er wonen trouwens meerdere 90-jarigen in deze woningen. Ik vroeg aan hem of hij wist hoe ze zo’n put maakten.
En hij vertelde dat er altijd een klein pezig mannetje kwam dat een gat groef nadat ze eerst de plaats hadden bepaald en een ring op die plaats hadden weggelegd.
Katrol
Door steeds dieper te graven zakte de betonnen ring door zijn gewicht naar beneden, als de bovenkant gelijkvloers kwam legde men er een ring bovenop. Deze had een uitkeping en paste zo precies op de andere ring, zo bleef alles mooi recht. Deze ringen waren ongeveer 1,50 diameter en 1 meter hoog.
Dus na twee ringen konden ze het uitgegraven zand er niet meer uitgooien. En men zette er vaak een driepikkel van ronde palen met een katrol bovenin, zodat de andere knecht met emmers het zand naar boven toe kon halen. Steeds ging men dieper en dieper met dit systeem, de meeste putten waren toch wel vijf ringen diep. En men zette een houten ladder in de put als de graver werd afgelost of ging schaften.
Aannemertje
Sjaak wist ook te vertellen dat een oud buurman van hem die ringen maakte. Dat gebeurde op de Jankenberg door een aannemertje, dat alleen was en allerlei bouwwerken uitvoerde. Die maakte die ringen als voorraad in de tijd dat hij niet vooruit kon. Denk nou niet dat dit de Halsterse Betonindustrie was ... Nee, het was allemaal heel kleinschalig.
Plankje
Wanneer de klant niet te ver weg woonde, rolde men met een paar man de ring naar het karwei, vaak waren het zandpaadjes en wanneer hij een hoek om moest hadden ze uitgevonden dat ze er een plankje onder moesten leggen. Zo draaide alles veel gemakkelijker.
Sjaak wist ook nog te vertellen dat die man Hendrickx heette en dat zijn (klein)kinderen later de beroemde stukadoors- en duivenmelkersfamilie in Halsteren werden.
Kijk die ken ik allemaal wel, hierbij de groeten Suuske.
Ik heb overal gezocht, maar kon op Halsteren geen betonnen waterput meer fotograferen. Dus hierbij een wat kaal exemplaar, uit Putte.
Tot de volgende Volluk,
Twan Simons.













