Notaris Caroline de Maat
Notaris Caroline de Maat

Relativiteitstheorie van de notaris

Algemeen

Op een sombere grijze herfstochtend rij ik naar kantoor. Het is al maanden heel druk en de afgelopen week heb ik slecht geslapen. Vandaag heb ik weer een drukke dag voor de boeg met veel afspraken. Mijn stemming is dan ook niet optimaal, beter gezegd: ik ben een beetje chagrijnig.

De ochtend gaat weer snel voorbij. Aan het eind van de ochtend eet ik snel wat yoghurt, want zo meteen heb ik een afspraak bij een mevrouw thuis. Zij is terminaal ziek en wil nog een testament maken. Gisteren ben ik al bij haar langs geweest om door te spreken wat ze precies wil regelen. Mevrouw is gelukkig nog heel helder en kan dus heel goed aangeven wat haar wensen zijn. Mevrouw is getrouwd en heeft een paar kinderen en kleinkinderen. Ze wil o.a. graag vastleggen dat haar kleinkinderen ook een deel van haar erfenis krijgen.

Op de afgesproken tijd bel ik aan bij het huis waar mevrouw met haar man woont. Hun dochter doet open en begeleidt mij naar boven, waar haar moeder in bed ligt. Ik ga naast het bed zitten en vraag aan mevrouw hoe zij zich nu voelt. Ze merkt op dat ik een mooie armband droeg en vertelt mij dat zij ook altijd graag sieraden heeft gedragen. Maar dat lukt nu niet meer, ze heeft er nu te veel last van. Op het nachtkastje ligt een kaart: de proefdruk van de rouwkaart die mevrouw zelf heeft ontworpen. Ze laat mij de tekst lezen en die raakt me. Ik zeg tegen haar dat ik de tekst op de rouwkaart prachtig en ontroerend vind.

Dan neem ik het testament van mevrouw op hoofdpunten met haar door. Het ontwerp van de akte heb ik gisteravond al naar haar gemaild en heeft ze dus al kunnen lezen. Alles is akkoord. Mevrouw plaatst haar handtekening en daarna teken ik ook. 

Ik neem afscheid van mevrouw en wens haar veel sterkte. Ik ben me er sterk van bewust dat ik tegen haar niet “tot ziens” kan zeggen.

De overlijdensdatum is al op de rouwkaart vermeld. Straks komt de arts om haar uit haar lijden te helpen. Over een paar uur zal mevrouw niet meer in leven zijn.


Op de weg terug naar kantoor peins ik over leven en dood. Ik ben blij dat ik nu nog geen afscheid hoef te nemen van mijn leven en mijn dierbaren. Die middag treed ik al mijn cliënten met een grote glimlach tegemoet.

Alles is relatief, zo realiseer ik me weer. 

De relativiteitstheorie van de notaris.

Deze mevrouw was tot het eind helder en kon dus precies zeggen wat zij wilde. Helaas is dat niet altijd het geval. Af en toe komt het voor dat me gevraagd wordt een testament te maken voor een terminaal zieke die dan niet meer goed kan praten en mij dus niet of nauwelijks aan kan geven wat hij of zij wil. Veel vaker nog komen mensen bij mij die weliswaar niet terminaal ziek zijn, maar ten gevolge van dementie hun wil niet meer kunnen verklaren. Als notaris moet je er van overtuigd zijn dat de persoon die een akte wil maken, voldoende begrijpt wat de akte inhoudt en zich voldoende realiseert wat de gevolgen ervan zijn. Heb je die overtuiging niet, dan mag je voor die persoon geen akten maken.