
Bij de notaris: Niet met, maar ook niet zonder elkaar
AlgemeenEen man en een vrouw, twintigers, komen samen aanlopen. Ik kijk in mijn agenda en zie dat ze een akte van verdeling komen tekenen. Ze zijn uit elkaar en het huis moet nu op naam van meneer worden gezet.
Ik kan me nog herinneren hoe enthousiast ze waren, vorig jaar, bij de aankoop van het huis. Ze woonden allebei nog bij hun ouders en stonden te popelen om te gaan verhuizen. Er moest nog wel het een en ander verbouwd worden, maar ach, zo zeiden ze, dat komt wel. En nu komen ze dus alweer voor de verdeling.
Mevrouw kon het huis niet overnemen omdat haar inkomen daarvoor te laag was, meneer heeft die mogelijkheid gelukkig wel. De woning is het afgelopen jaar flink in waarde gestegen. Ze hebben samen afgesproken hoeveel meneer aan mevrouw moet betalen als vergoeding van de overwaarde. De hypotheekbank heeft een verklaring afgegeven dat zij mevrouw niet meer aan zal spreken voor de hypotheekschuld. Alles is dus geregeld, de akte ligt klaar.
Zo opgewekt als ze eerst nog leken, gezellig met elkaar babbelend, zo bedrukt kijken ze als ze bij mij aan tafel zitten. Ik probeer het ijs wat te breken door een praatje te maken over het weer en het WK voetbal, maar ik krijg weinig respons.
Dan maar koffie gehaald.
Ik noem de belangrijkste punten van de akte. Mevrouw kijkt wat verstrooid voor zich uit en vergeet haar koffie op te drinken. Als ik vermeld wanneer ze bij mij zijn geweest voor de aankoop van de woning, zie ik meneer op zijn lip bijten. Mevrouw barst in huilen uit. Hij pakt haar hand en probeert haar te troosten. Maar dat maakt haar alleen maar verdrietiger, zo lijkt het. Ik pak een zakdoekje en haal een glas water voor mevrouw.
Als ik terugkom rollen bij beiden de tranen over de wangen. Ze vertellen hun verhaal. Allebei zijn ze afkomstig uit een gebroken gezin en ze hadden zich zó voorgenomen dat zelf anders, beter, te doen. Maar de verbouwing van de woning, waar maar geen eind aan kwam, had hun zoveel tijd en energie gekost. Klussen die eerst door een vakman zouden worden uitgevoerd, hadden ze zelf maar opgepakt. En het afgelopen jaar waren de kosten van bouwmaterialen enorm gestegen, waardoor ze in de financiële problemen dreigden te komen. Ze zijn zo verdrietig, allebei. En dan vertellen ze dat ze één grote gemeenschappelijke hobby hebben: voetbal. Met als hoogtepunt samen naar wedstrijden kijken van het Nederlandse voetbalelftal, onder het genot van een oranje tompouce. Niet moeilijk, niet schokkend, niet kostbaar, maar gewoon gezellig, met zijn tweetjes.
Als ze na het tekenen van de akte samen de deur uitgaan, hoor ik hem aan haar vragen: “Kom jij vanavond bij mij voetbal kijken?” en hoor ik haar antwoord: “Dan breng ik tompoucen mee.”
En ik bedenk dat ik hen volgend jaar misschien wel terugzie, voor een samenlevingscontract.













