
Veel veranderd in de duivensport
AlgemeenLEPELSTRAAT - Naast het transport is er voor de postduivenliefhebber heel veel veranderd. Vroeger, voor pakweg 2000, had iedereen nog een duivenklok en kreeg de wedvluchtduif een plastiek ring aan met een code en nummer. Bij thuiskomst moest bij iedere duif de ring afgedaan worden en in de duivenklok gelegd. Daarna moest in het lokaal bekeken worden via een rolletje hoe laat de betreffende duif geklokt was.
Vervolgens moesten speciale rekenaars alles uit gaan rekenen: hoeveel meters, centimeters iedere duif gevlogen had per minuut en aan de hand daarvan kon men dan een uitslaglijst maken. Maarten van Eekelen van PV de Vredesduif uit Lepelstraat licht toe: “Tegenwoordig is dat niet meer nodig, iedere liefhebber heeft een eigen elektronisch systeem, de duif heeft een chipring aan en zodra de duif dus thuiskomt wordt deze automatisch in het systeem opgeslagen. Dat vergt natuurlijk voor de liefhebber en voor de vereniging extra kosten. De liefhebber schaft het systeem aan, vergelijkbaar met een duivenklok, de vereniging moet een speciaal elektronisch systeem aanschaffen voor de inkorving, zodat de juiste duif middels de chipring op de juiste wedvlucht ingekorfd is. Ook moet er een systeem aangeschaft worden dat dit allemaal weer uit kan lezen als de duiven thuisgekomen zijn van de wedvlucht.”
Beheersen
En er komt nog veel meer bij kijken. Zo is een adequate laptop met speciaal rekenprogramma nodig die alles gelijk uitrekent, zodat een uur na thuiskomst iedere liefhebber al de uitslag uitgereikt krijgt. Het betekent ook een goed kopieerapparaat aanschaffen. Maar iedere vereniging, en de Vredesduif is een grote vereniging, is afhankelijk van veel vrijwilligers. “Kijk maar aan, bij de Vredesduif vertrekken op sommige wedvluchten 1500 duiven, normaal 24 duiven per mand maar bij hitteprotocol 20 duiven per mand. Dat betekent wekelijks 50 tot 75 manden schoonmaken en ontsmetten, tijdens de inkorfcyclus zes tot acht personen die beschikbaar moeten zijn, vervolgens moeten de manden met duiven geladen worden, ook weer drie tot vier personen minimaal, dus in een vergrijzende duivensport heb je vrijwilligers nodig die al die elektronische systemen moeten kunnen beheersen, maar ook de fysieke kracht is hard nodig”, vertelt Maarten van Eekelen.
Waardering
Gelukkig heeft de Vredesduif nog steeds voldoende vrijwilligers en bestuursleden die dit werk allemaal kunnen opknappen, maar ook voor de toekomst zou dat best een probleem kunnen worden. “Dus is er altijd waardering voor de vrijwilligers. Nu resten voor de liefhebbers van de Vredesduif straks weer allerlei huldigingsavonden en ook tentoonstellingsdagen, want naast snel kan de postduif ook mooi zijn. En natuurlijk de vergaderavonden, over wat er beter kan, hoe krijgen we het allemaal weer georganiseerd in 2024. Succes duivenliefhebbers in de zuidwesthoek en speciaal de Vredesduif Lepelstraat”, aldus Maarten van Eekelen.
















