Wil Buurstee
Wil Buurstee

Karavaan zonder stress

Algemeen

HOOGERHEIDE – De HIVE Slag om Woensdrecht bestaat uit veel meer dan die 165 renners die strijden om de winst. Voor – en achter – hen rijdt een hele stoet auto’s, vol juryleden, gasten, journalisten en EHBO-ers die allemaal op het juiste moment op de juiste plek moeten zijn. Daarvoor zorgt Wil Buurstee, samen met Francis de Jong: “We hebben geen stress, we zorgen gewoon dat alles op z’n pootjes terechtkomt.”

Over fietsen en wielrennen hoef je Oud-Gastelaar Wil Buurstee niks meer te vertellen. Hij maakte bijna 10 jaar lang deel uit van het bestuur van de Draai van de Kaai, en deed al in zijn vroege jeugd mee aan wedstrijden: “Ik ben van dezelfde generatie als Adrie van der Poel”, zegt hij, “maar op mijn negentiende ben ik gestopt met wedstrijden omdat ik mijn eigen fietsenzaak begon.Later ben ik wel weer wedstrijden gaan rijden. De wielerwereld is niet groot, je leert elkaar snel kennen en je ziet overal oude bekenden. Zo heb ik Jeroen van Wezel eens benaderd toen wat extra handjes nodig hadden bij de Draai. Hij en Niels kwamen meteen. Toen hij mij belde of ik kon helpen bij de karavaan van de Slag om Woensdrecht zei ik geen nee.”

Bij de HIVE Slag om Woensdrecht van 2026 bestaat de karavaan uit 14 auto’s. Jurywagens, een geluidswagen, een auto voor de ronde-arts, een EHBO-wagen, twee persauto’s, drie auto’s voor gasten en een bezemwagen. “Dat is nog los van de volgwagens die de ploegen zelf meebrengen”, verduidelijkt Wil Buurstee. Die auto’s worden beschikbaar gesteld door sponsor Van Mossel, die goed luistert naar de wensen van de organisatie: “De jurywagens moeten bijvoorbeeld een open dak hebben zodat juryleden hun instructies kunnen doorgeven, de auto’s moeten sowieso niet te klein zijn en elektrische auto’s moeten niet meteen leeg zijn met een paar keer snel optrekken.”

Op de vrijdag en zaterdag voor de koers zorgen Wil en Francis dat de wagens worden opgehaald bij de vestigingen van Van Mossel in Roosendaal en Goes. OP de wedstrijddag zorgen ze dat de chauffeurs – bijna allemaal oud-renners met een “volgerslicentie” – weten welke auto voor hun is, en dat die auto is voorzien van het juiste nummer, zodat de chauffeur weet welke plek hij in de karavaan moet innemen. Tijdens de wedstrijd maken Wil en Francis geen deel uit van de karavaan, maar begeleiden ze vip-gasten van en naar de finishlocatie op de Scheldeweg. Soms worden ze via de portofoon opgeroepen om een klein probleempje op te lossen, maar daarover hebben ze geen zorgen: “We hebben geen stress, we maken ons niet druk. Dat heeft geen zin, we hebben ervaring genoeg, we rijden op een parcours dat voor de renners weliswaar zwaar is, maar dat voor ons relatief makkelijk is. In overleg met de jury en de organisatie komen we er altijd uit als er wat misgaat.”