Vertrekkend pastor Ryan Keetelaar zegende destijds de haan op grote hoogte.
Vertrekkend pastor Ryan Keetelaar zegende destijds de haan op grote hoogte. Foto: Dennis van Loenhout

“Ik hoop dat ik het goed heb gedaan”

Algemeen

HOOGERHEIDE - Op zijn tijd in de gemeente Woensdrecht kijkt pastor Ryan Keetelaar met gemengde gevoelens terug. Dat hij de deuren van drie kerken voorgoed zag sluiten valt hem nog altijd zwaar.

“Het begon al meteen met het afscheid van de kerk in Woensdrecht, een lief kerkje, met hele lieve mensen. Daarna volgden de kerken in Huijbergen en Putte, en zeker bij die laatste werd het me even te zwaar. Dat ik daar huilende gezichten zag toen ik het sacrament naar buiten droeg zal me altijd bijblijven, zeker omdat ik weet dat ook de kerken in Ossendrecht en Hoogerheide dicht zullen moeten. Ik heb God gevraagd me te vergeven omdat we er niet in zijn geslaagd om de boel overeind te houden.”

Het aantal kerkbezoekers daalt al jaren, ook zijn er steeds minder voorgangers en neemt het aantal vrijwilligers waarop de kerk kan rekenen af. Keetelaar ziet het gebeuren en wordt erdoor geraakt: “In coronatijd zijn ons een aantal belangrijke vrijwilligers ontvallen, van wie ik niet eens afscheid heb kunnen nemen, die ik niet heb kunnen bedanken voor wat ze hebben gedaan. Ook dat steekt.” Dat die momenten af en toe zijn vertrouwen in God deden wankelen wil Keetelaar best toegeven: “Natuurlijk heb ik ook wel eens twijfel. “God, waar ben je nou?” vroeg ik me dan af. Maar altijd kon ik accepteren dat ook God wel eens een dipje heeft en vond ik antwoorden in mijn geloof. Mijn vertrouwen in God heeft gewankeld, maar ik verloor het nooit.” Ondertussen stelt Ryan Keetelaar, die werd geboren in Muiden, onder de rook van Amsterdam, geamuseerd vast dat hij in zijn tijd in Brabant “heel wat nieuwe woordjes” heeft geleerd. De Brabantse gebruiken zijn hem inmiddels net zo dierbaar als het glooiende landschap rond de Brabantse Wal en de mensen die er wonen: “Als je ergens zo lang werkt krijg je een band met de mensen, met hun taal en met hun gebruiken. Prachtig dat mensen hier veel Vlaamse termen gebruiken in hun spreektaal, dat ze het hier heel normaal vinden dat je achterom komt, en dat ze erop stáán dat de pastor hun Hubkes zegent op Hubertusdag.”

Als pastor ging Keetelaar voor in talloze vieringen. Vooral van diensten met kinderen – dopen, eerste communies of vormsels - genoot hij. En waar hij kon stond hij klaar voor “zijn” parochianen. “Als pastor is het belangrijk om naar mensen te luisteren, dat gaat mij goed af. Ik kan ook makkelijk met mensen bidden, dat brengt rust. Hoewel het heel triest is als je wordt geroepen om iemand te bedienen is het ook mooi om te zien hoeveel rust dat een stervende brengt”, vertelt hij. En hoewel hij een trouwe dienaar van God is, schaamde hij zich nooit om zijn menselijke kant de overhand te laten nemen: “Hoewel je op het seminarie leert dat euthanasie een zonde is, ben ik door mijn werk daarover van gedachten veranderd. Mijn pastorale kant stopt niet wanneer iemand tot euthanasie besluit. God wil niet dat mensen onnodig lijden, Hij is geen straffende God. Officieel mag ik als diaken geen biecht afnemen, maar soms vragen mensen dat toch van je. Onlangs sprak ik in Putte met iemand die stervende was, en me toevertrouwde dat hij in de oorlog mensen had moeten vermoorden. Dat hij zijn verhaal bij me kwijt kon gaf hem veel rust. Hij had oprecht spijt van zijn daden, ik ben ervan overtuigd dat God hem heeft vergeven.”

Na een kerkdienst moest Keetelaar vaak snel door na de volgende viering. “Het echte pastorale werk deed ik soms in de supermarkt, tijdens het boodschappen doen. Als parochianen me daar aanspraken nam ik de tijd om te luisteren. Ik hoop maar dat ik het goed heb gedaan. In elk geval heb ik hier veel vrienden gemaakt, dat vind ik fijn.”

“Het maakt mij niet uit wáár ik mensen kan helpen, het maakt me zelfs niet uit of ze wel of niet in de kerk komen, als ik iets kan betekenen laat ik dat niet na. Ik ben ervan overtuigd dat God bij het eindoordeel hogere eisen stelt aan een pastor dan aan andere mensen. Ik hoop maar dat ik het goed heb gedaan. In elk geval heb ik hier veel vrienden gemaakt, dat vind ik fijn.”