
Luctor et Emergo in Hoogerheide
AlgemeenHOOGERHEIDE – Wielerliefhebbers met enig historisch besef weten het weekend van zaterdag 22 en zondag 23 juni op waarde te schatten. Exact vijftig jaar geleden vormden de kerkdorpen Hoogerheide en Woensdrecht het episch centrum van de nationale wielersport. Na vier decennia (1934, 1935 en 1936) keerde de Nederlandse titelstrijd terug naar de West-Brabantse contreien. De kampioenschappen met start en finish op de kinderkoppen van de Huijbergseweg staan nog altijd te boek als die van de eenmalige totale Zeeuwse overheersing. Luctor et Emergo in de warme hete zomer van 1974!
Stichting Hoogerheide Vooruit onder leiding van voorzitter Jo Jansen stond samen met Ton Vissers tweemaal borg voor de organisatie van de nationale wielerkampioenschappen in de Gemeente Woensdrecht voor dames, amateurs en professionals. Speciaal voor de gelegenheid werd een 10.6 km lange route uitgestippeld. Vanaf de start ter hoogte van het Trefpunt aan de Huijbergseweg reed men via de Scheldeweg naar de Raadhuisstraat, Onderstal, Canadalaan, Nieuweweg, Dorpsstraat, Rijzendeweg, Bossestraat, Steenstraat, Antwerpsestraatweg, Duinstraat, Verlengde Duinstraat, Kooiweg, Postweg terug naar de Huijbergseweg. Een parcours dat volgens insiders onvoldoende selectief zou zijn.
Plakkers
Hoewel Keetie van Oosten-Hage (74) naar haar zesde opeenvolgende roodwitblauwe trui snelde, ging haar voorkeur naar het heuvelachtige Limburgse traject uit. “Hoogerheide 1974? Dat was toch op de kasseitjes? Ja, nu weet ik het weer. De avond ervoor was ik nog naar een bruiloft geweest, waar ik me overigens keurig heb ingehouden hoor”, lacht de Kloetingse.
Hoewel ze destijds het dameswielrennen met harde hand regeerde, was ze allerminst zeker van prolongatie van haar titel. “Het parkoers was naar mijn mening iets te vlak waardoor het voor de zogenaamde ‘plakkers’ gemakkelijk volgen was. In de finale bleef het enorm oppassen. Medevluchters Mini Nieuwenhuis-Brinkhof en Willy Kwantes speelden het slim. Iedere keer als ik demarreerde pakten ze me terug. En in het verleden hadden ze ook al eens geklopt. Gelukkig hield ik op de meet nog iets over.”
Keetie van Oosten-Hage is nog steeds betrokken bij de wielersport. Ze is naamgeefster aan de prijs voor Nederlands beste wielrenster van het jaar en ook draagt een fietstocht door haar geboortestreek op Tholen haar naam. Ook volgt ze de huidige generaties, met favoriete Marianne Vos, op de voet. Van jaloezie is echter geen sprake. “Ik weet niet of in de tegenwoordige tijd had kunnen fietsen. De controle is enorm, de sponsorbelangen. Mijn vrijheid was me zeker wat waard!’
Venster
Later die dag drukte Jan Raas, toen 21 jaar, voor het eerst zijn neus tegen het venster. Volgens de kranten van destijds had de amateur uit ’s-Heerenhoek het grootste recht op de nationale titel. ‘Onophoudelijk werd er in de uiteindelijk tot veertien renners gereduceerde kopgroep gedemarreerd en telkens weer was het de gebrilde Jan Raas die persoonlijk achter de vluchtelingen aan moest, bevreesd als eenieder was voor de explosieve spurterskwaliteiten van de Zeeuw, die – wanneer hij in de groep zou aankomen – nauwelijks nog van de rood-wit-blauwe trui zou kunnen worden afgehouden’. Aldus geschiedde, Math Dohmen pakte het zilver, Cees van Dongen brons. Jan Raas groeide in de daaropvolgende jaren uit tot absolute wereldtop. Naast nog drie nationale titels bij de profs, werd hij wereldkampioen (Valkenburg 1979) op de weg, won klassiekers en tien touretappes.
Frisol
Op zondag 23 juni 1974 trapte de categorie broodfietsers al om 10.00 uur af. Dit vanwege de WK-voetbalwedstrijd Nederland-Bulgarije (4-1) in West-Duitsland. De Frisol-ploeg was met maar liefst zeventien man hofleverancier en moest en zou de nieuwe nationale kampioen leveren.
Het was vooraf niet eens zeker of kopman Cees Priem wel van start zou gaan. Een bloeduitstorting op zijn knie, opgelopen tijdens een valpartij in België, deed hem twijfelen. Dit NK kwam mogelijk te vroeg. “Ik besloot toch te starten en kijken hoe het ging. Die dag kwam ik echter toch goed door en uiteindelijk met Gerard Vianen en een van de mannen van Den Hertog (Nidi) in de finale. Vianen reed bij Gan Mercier in Frankrijk en moest het opnemen tegen twee ploegmaten. Hij zat in de tang en dat wist hij. Toen hij Den Hertog terugpakte ben ik er vandoor gegaan en won de wedstrijd”, blikt Cees Priem (73) geamuseerd terug. Het blijkt, naast onder meer twee touretappes en twee zeges in de Vuelta, een van de hoogtijdagen van hem te zijn. “De trui wordt gekoesterd!”
Organisatorisch
Na zijn actieve carrière werd hij ploegleider bij TVM, waarmee hij door dopingproblemen een turbulente tijd beleefde. Daarna was hij vooral organisatorisch actief.
“Ik was bijvoorbeeld twee keer betrokken bij het binnenhalen van de Giro d’Italia naar Nederland, diverse EK’s en WK’s baanwielrennen en het EK veldrijden. Verder stond ik met het project Shimano Neutrale Service garant voor de service met wagens en materiaal bij wereldkampioenschappen en Olympische Spelen”, besluit Cees Priem te Wemeldinge met gepaste trots.













