
Dialect: nog meer ‘Dagdrwoome’
AlgemeenNatuurlijk heeft Toine Nooijens, onze blinde vriend uit Etten-Leur, weer een fraai gedicht gemaakt over ons onderwerp:
DRWÒMDE GIJ WÒK WEL ‘S DAG?...
‘t Klienkt oe meschient wel wa vremd in oe wòre,
mar dagdrwòme is nie vur mijn weg geleed!
Ik zal oe da toch efkes uit wulle lègge:
Vur mijn is ‘t gwòn aaltij naacht, zogezeed!
D’r zouwe dan naachtmerries rond motte draove.
Gelukkeg is da bij mijn nie ‘t geval!
Ik dagdrwòm dus gwòn in ‘t artstikke donker.
‘n Kwestie van licht, wel of nie, dad is al!
Ge mot wel wad uitkijke mee da dagdrwòme
en doeg ‘t mar nie in d’n baos z’nnen tijd!
Dan, schat ik zo, krijd ‘t vast vrjeet uitgemeete
en brengd oe da dagdrwòme ènkelt veul spijt.
Toch gifd ós da dagdrwòme wòk wel wa beeters.
Ge ben van de wereld en vin stiekem rust.
Ge zed èrges aanders; geniet ‘n schwòn leeve.
Oeveul zen d’r nie in n’n dagdrwòm gekust?
Van alles is ‘r te beleeve, daorgiender.
‘t Is ‘r vrjeet schwòn en ‘t smokt wòk nor mjeer!
Ge ziet ‘r meraokels en dad is gin wonder,
want gij bent ‘r kónieng, n’n echt toffe pjeer!
Ge pikt ze d’r vlot uit, de stille dagdrwòmers.
Die blik in d’r wòge is verder dan wijd!
Ze zen ‘r gwòn nie, wòk al ziede ze zitte.
Ze zen, waor gin ruimte bestaot en gin tijd!
Och, mèsse, ge mot da nie serieus neeme.
De dagdrwòmers zen zo mar efkes van slag.
‘t Komd ammel góed, da kan ik oe belóve.
Ée, zeg mijn ‘s, drwòmde gij wòk wel ‘s dag?...
‘Dagdrwoome betekent dagdromen’. Zo begint Peter Borremans zijn bijdrage aan deze rubriek. ‘Dagdrwoome is mijmeren, fantaseren, romantisch fantaseren. Een dagdromer is iemand die in een dagdroom onwerkelijke (gewoonlijk prettige) dingen fantaseert. Een dagdroom is een fantasiebeeld dat overdag de geest in beslag neemt. Het gevolg is vaak dat een fantast de dingen mooier maakt dan ze zijn.
Wat Peter over zichzelf vertelt is altijd het interessantste. Vandaar nu eerst zijn ‘eigen’ verhaal:
‘Oeneer iek bij Titurel aon ut tjeekene ben, dan gao iek faantezere, dus afwijke.
Ien de Titurelfilm kwaam un waorzegster ien vur.
Er zen meese die staarke veraole kunne vertelle.
Iek denk aon leutege en minder leutege dienge.
Iek oop dat mun collega-schrijvers mir vertelle dan iek.’
Daarnaast heeft Peter weer een aantal mooie spreuken weten te vinden:
Dromen zijn bedrog. Zo was ‘t voor honderd jaar En zo is ‘t nog. (Dit schijnt te zijn ontstaan vanuit het boek Prediker, waar staat: Gelijk in de veelheid der dromen ijdelheden zijn, alzo in vele woorden).
Bij de priester/dichter Guido Gezelle vond Peter: Dromen is bedrog, Droomt men te zijn een here, Men is een schooier nog.
Iemand uit de droom helpen: hem duidelijk maken dat hij zich vergist; hem vertellen waar het op staat. Deze uitdrukking kan licht een bijbels gezegde zijn. Zo legde Jozef de dromen uit van de schenker en de bakker.
Hierop aansluitend: Jozef de dromer. Deze uitdrukking wordt vaak gebezigd voor iemand die traag van geest is. Wanneer echter Jozef door zijn broers wordt aangeduid als ‘de dromer’, wordt daarbij gedacht aan werkelijke dromen, die door de Israëlieten werden beschouwd als mededelingen van God.
Van de bok dromen. Waar deze uitdrukking vandaan komt is onbekend. Het betekent: een bestraffing te verwachten hebben.
En u kent natuurlijk: Ergens nog van dromen en ook: Wie had dat kunnen dromen?
Volgende week
René van Njeèkele (René van Eekelen) uit Huijbergen houdt van wandelen. Zelf noemt hij dat ‘kuieren’. Enkele weken geleden leverde hij bij mij enkele verslagen van zijn wandelingen in, geschreven in keurige blokletters, in zijn eigen Huijbergse dialect. Daar wil ik onze lezers volgende week graag het een en andere van laten lezen. Net als bij alle andere deelnemers verander ik daarbij niets aan de spelling. Alleen als het duidelijk gaat om een tikfout of een vergissing herstel ik dat.
Ik doe dit om onze lezers te laten zien, dat het leuk is om iets te schrijven in je eigen dialect. En het is helemaal niet moeilijk! Gewoon luisteren naar jezelf en opschrijven wat je hoort.
Ik hoop u nieuwsgierig te hebben gemaakt. Tot volgende week!













