
Volluk: Brand!
AlgemeenBrand!
Een woensdagmiddag in 1963, vrij van school en overal zag je kinderen buitenspelen. Er waren nog bijna geen auto’s te bekennen en dus allemaal in de straten en op grasveldjes (wat ten strengste verboden was).
In onze straat waar een groot aantal kinderen woonde en er dus keuze volop was, speelden we als goed katholiek gebruik de jongens bij jongens en meisjes bij meisjes, we wisten niet beter.
Opeens klonk er een aanzwellend, angstaanjagend geluid over het dorp. Verschrikt keken we elkaar aan en wisten meteen wat dat betekende: Brand! Iedereen liet alles los en rende naar huis toe om de fiets te pakken, en dan reed je zo snel mogelijk naar de Dorpsstraat en stelde je op in slagorde voor huize Aurea Libertas (tandarts Visser), daar stond je voor de uitrit van de brandweerkazerne.
Wanneer je dichtbij woonde was je er vaak nog voor de brandweer compleet was. Uit alle straten zag je dan brandweermannen aan komen rennen. Sommigen die dichtbij woonden te voet, anderen met de fiets, en een uitzondering met de auto.
Ik zie nu nog voor me dat er een man op de fiets aan kwam rijden, zijn gele overall al voor de helft open geknoopt, op volle snelheid met wapperende fietstassen en luidkeels roepend: ‘Uit de weg, uit de weg! en zo door de Dorpsstraat naar de kazerne.
Je moet weten dat het korps bestond uit mannen die dichtbij woonden. Veelal winkeliers, kasteleins of ambachtsmensen, die in de Dorpsstraat of nabijheid werkten.
Zo was er een smid, personeel van de timmerwerkplaats, enkele aannemers, vader en zoon Van Geel, meerdere schoenmakers, mensen van gemeentewerken, de gemeentebode enzovoort.
Daar kwam de eerste wagen aan, natuurlijk de nieuwe DAF brandweerwagen. De tweede wagen was het oude wagentje, een Austin? (leek heel veel op de brandweerauto van de carnaval) en was vaak bemand door de wat oudere brandweermannen die de jonge honden voor lieten gaan. Als kinderen moesten wij hier altijd om lachen. Vaak deden ze als grap de richtingaanwijzer de verkeerde kant op, wat als gevolg had dat er een stel alvast ook die kant op reden. Hilariteit alom.
De eerste wagen was uitgereden en wij als kinderen in een sliert er achteraan. Al snel was je de auto kwijt, maar doordat deze water verloor in de bochten kon je toch het spoor volgen. Dat waterspoor was er volgens ons kinderen, opdat de tweede wagen kon zien waar het te doen was en zo niet zoek reed.
De tocht liep langs Vogelenzang en daarna bij café Molenzicht de Kannewielseweg in. Toen ik daar aankwam zag ik in de verte een zwarte rookpluim, en de schrik sloeg mij om het hart, hier woonde mijn opoe in de buurt en die hadden een houtkotje wat uit geteerde planken bestond.
Het zou toch niet waar zijn zeker...
Maar de auto reed verder naar het laatste stuk van de Kannewielseweg en daar kon je linksaf de aangelegen zandafgraving (zandkuil) in, alwaar er autobanden in brand gestoken waren. Weinig sensatie deze keer, en het vuur was zo uit. Daarbij werden wij op afstand gehouden door de plaatselijke politieagent die ons op zijn witte DKW bromfiets was voorbij gereden. Al met al toch een belevenis op deze woensdag.
De grootste brand op Halsteren die ik heb gezien was de brand die heel Plametha in de as legde. Verder veel bermbrandjes of andere kleine brandjes meegemaakt.
Ook staat mij bij de volgende grote branden: De boerderij in de polder , evenals de friettent in de Oudeweg, het huis van in de Melanen, de boerderij van Bogers in de Slotweg, het frietkot nabij de Handwijzer, de kantine van Plametha en andere branden die ik na 60 jaar vergeten ben. Deze heb ik niet live gezien, maar ben later wezen kijken.
Tot de volgende Volluk, Twan Simons














