
Bij de Notaris: Blij met een dooie mus?
AlgemeenAls iemand is overleden, laat die altijd wat na. Geld, meubelen, onroerend goed, aandelen. Bezittingen, maar misschien ook veel schulden. Het is altijd weer afwachten hoeveel er uiteindelijk voor de erfgenamen overblijft. Soms pakt dat heel anders uit dan de erfgenamen hadden verwacht, en ook heel anders dan de overledene altijd had gedacht.
Een voorbeeld.
Miriam is 31 jaar als ze Hendrik ontmoet. Miriam heeft dan een moeilijke tijd achter de rug: enkele jaren daarvoor is haar man bij een auto-ongeval overleden en is zij met twee jonge kinderen achtergebleven. Ze hadden samen nog niet zo veel opgebouwd en het weduwenpensioen dat zij sinds het overlijden van haar man ontvangt, houdt ook niet over. Maar al heeft ze het financieel niet breed en mist ze haar man verschrikkelijk, toch doet ze haar best om haar kinderen een fijn en veilig thuis te bieden. Met een parttime baan en veel hulp van haar ouders, krijgt ze haar leven langzaam maar zeker weer een beetje op de rails.
Als ze bij wederzijdse kennissen Hendrik ontmoet, is het geen liefde op het eerste gezicht.
Hendrik is al een jaar of tien weduwnaar. Hij is vijftien jaar ouder dan Miriam en zijn twee kinderen zijn al het huis uit. Na het overlijden van zijn vrouw heeft hij geen serieuze relatie meer gehad, maar met Miriam voelt het anders. En zo raken zij in de loop van de tijd steeds meer aan elkaar verknocht en groeit de liefde tussen hen. Hendrik doet Miriam een huwelijksaanzoek, dat zij met grote vreugde accepteert. Inmiddels hebben de kinderen van Miriam Hendrik natuurlijk ook leren kennen en ook tussen hen klikt het. De kinderen van Miriam zijn Hendrik gaan zien als een vaderfiguur en Hendrik neemt die rol graag op zich.
Helaas slaat weer het noodlot toe. Hendrik overlijdt, totaal onverwachts. Hij had geen testament gemaakt. Miriam en de kinderen van Hendrik zijn zijn erfgenamen, maar feitelijk gaat alles eerst naar Miriam. De kinderen van Hendrik moeten afwachten en houden hun deel tegoed.
Enkele decennia later overlijdt Miriam, na een jarenlang verblijf in een zorginstelling. Omdat zij samen met Hendrik wat vermogen had opgebouwd, heeft zij een grote eigen bijdrage moeten betalen voor haar verzorging, waardoor ze behoorlijk heeft moeten interen op haar spaargeld. De kinderen van Hendrik hadden al lang geen contact meer gehad met Miriam en haar kinderen, maar melden zich nu. Zij willen nu graag het erfdeel ontvangen dat zij nog uit de erfenis van hun vader tegoed hebben. Daar hebben zij ook recht op. Maar wat blijkt: nadat de kinderen van Hendrik hun erfdeel in de erfenis van hun vader hebben ontvangen, blijft er bijna niets meer over voor de kinderen van Miriam. Het venijn zit in de staart.
We hoeven niet de illusie te hebben dat we altijd alles kunnen regelen en voorzien. Maar als Hendrik en Miriam allebei een testament zouden hebben gemaakt waarin ze de vier kinderen gelijk hadden behandeld, zou de uiteindelijke verdeling waarschijnlijk meer zijn overeengekomen met hun wensen en ideeën.













