
Na 50 jaar (bijna) helemaal gestopt
AlgemeenHALSTEREN – Na vijf decennia hoort Jan Besters tot het spreekwoordelijke meubilair van RKSV Halsteren. Toch is hij onlangs, na 50 jaar, gestopt bij de vereniging. Tenminste: “Het wordt tijd dat de jongere generatie het overneemt, maar ik blijf nog wel materiaalman.”
Hij blijft nog wel materiaalman. Dat zegt alles over de band tussen Jan Besters (63) en RKSV Halsteren. Want hoewel hij in de vijf decennia dat hij lid was van Halsteren zo ongeveer alles meemaakte en organiseerde, kan hij nog steeds niet echt afscheid nemen. Neem het hem ook eens kwalijk: dat hij op zeer jonge leeftijd betrokken raakte bij RKSV Halsteren kwam natuurlijk door zijn vader, oud-jeugdvoorzitter Wil Besters. “Vroeger was er nog geen kantine, dus na de training zaten de trainers vaak bij ons thuis. Dat betekent dat er vier avonden per week zo’n vijftien man over de vloer kwam, dat was altijd gezellig en het ging altijd over voetbal!”
Nuchterheid
Toen Halsteren startte met haar eigen mini-elftallen werd Jan als vanzelf trainer van één van de twee teams. Op dat moment voetbalde hij zelf ook nog de sterren van de hemel – bij Halsteren, en hij was ook de eerste jeugdspeler van Halsteren die werd aangetrokken door RBC - maar toen hij een jaar of 18 was stopte dat abrupt: “Alles aan mijn knie scheurde, dus ja, dan ben je klaar”, zegt hij schouderophalend. Die nuchterheid is Besters ten voeten uit, maar toch vormde dat moment de jeugdtrainer die hij daarna zou worden: “Ik heb die gastjes altijd willen meegeven dat ze er nú het beste uit moeten halen. Straks raak je geblesseerd, zoals ik, of ben je ineens in de 40 en kun je het niet meer. Wat je nú kan, kun je later niet meer inhalen.”
Uitdaging
27 jaar lang zou Jan jeugdtrainer blijven. In die tijd trainde hij de Mini’s, de E1, de D1, de C1, wéér de D1 en wéér de C1. In totaal zou hij negen keer kampioen worden: “Elke drie jaar. Mooi gemiddelde toch?” grinnikt hij. Hoewel de kinderen hem allemaal even lief waren, hij veel goede voetballers met leuke ouders mocht begeleiden en de jeugd wat hem betreft symbool staat voor de club - “als ik een vader zie naast zijn zoon in geel-zwart tenue, dan zie ik Halsteren” - had hij na die 27 jaar toch wel zin in een nieuwe uitdaging.
Hij werd gevraagd voor een functie als coördinator, en belandde meteen en opnieuw in een warm bad. “Wim Landa, Rini Gabriëls en ik vormden een echte drie-eenheid”, vertelt hij, “we waren ongeveer elke avond op de club, en niks was te gek om iets voor die gastjes van de jeugd geregeld te krijgen.” Smakelijk vertelt Jan over de trainingskampen in Burgh Haamstede - “trainen in de duinen en dan voetballen op het strand” en de seizoensafsluitingen waarin de teams gingen paintballen en eten - “één groot gekkenhuis, schitterend!” - om maar te benadrukken hoeveel “gouden tijden” hij in Halsteren beleefde.
Van die gouden tijden was zijn eigen Besterstoernooi misschien wel het allermooiste. Niet omdat het zijn naam droeg trouwens: “Dat hoefde voor mij niet zo, en het was ook niet alleen mijn toernooi. Ik deed het samen met Toon de Klerk, Jack Suijkerbuijk en Nico Hansler. Maar het was wel een droom die uitkwam, ik wilde de jeugd iets moois geven en ik weet dat een jeugdspeler een wedstrijd tegen een bekende club nooit meer vergeet. Dus haalden we die bekende clubs naar Halsteren: MVV, Sparta, Beerschot, PSV, Feyenoord en natuurlijk Ajax. Ik weet nog dat Bryan Roy meekwam als trainer van zo’n team, voor mij als Ajax-supporter natuurlijk ook prachtig. En dan stond er dus gewoon 750 man publiek langs de lijn. Pas later ben ik me gaan realiseren hoe geweldig dat wel niet was.”
Toch waren er ook drama’s voor Jan, met name toen zijn vriend Rini Gabriëls plotseling overleed. “En de coronatijd was ook verschrikkelijk”, zegt hij. In die jaren werd het plezier dat Jan uit zijn betrokkenheid bij Halsteren haalde steeds een beetje minder: “Omdat het ook steeds lastiger wordt om de juiste vrijwilligers te vinden”, zegt hij, “ik merkte dat ik niet meer zoveel ontspanning uit de voetbal haalde als vroeger. Bovendien voel ik gewoon dat het tijd wordt dat de jongere generatie het stokje overneemt, dus heb ik besloten te stoppen. Maar ik blijf wel het materiaal doen, met Anton, Ad en Melvin. Gewoon, om onder elkaar en met elkaar te kunnen lachen, en te zien wat er op de club allemaal gebeurt. Want helemaal missen wil ik het toch ook niet. Ik heb hier zo verschrikkelijk veel gelachen.”













