Nesim, Kelly, Connie en Richard.
Nesim, Kelly, Connie en Richard. Foto: Dennis van Loenhout

Nieuw tijdperk voor De Kannebuis

Algemeen

HALSTEREN – Van de ene jongensdroom naar de andere: als Richard en Connie Verdult op 1 oktober de sleutels van “hun” Grandcafé De Kannebuis overdragen aan de nieuwe uitbaters eindigt de jongensdroom van Richard, terwijl die van Nesim Ajouri dan werkelijkheid wordt. En zoals Connie Verdult ruim 10 jaar lang achter en naast haar echtgenoot stond, stapt ook Kelly Ajouri met volle overtuiging mee in de droom van haar man. Voor De Kannebuis breekt een nieuw tijdperk aan.

“In de Kannebuis kom ik al 50 jaar”, zegt Richard Verdult, “Wil Bosman maakte er een topzaak van, met een zaalvoetbalcompetitie van meer dan 50 teams. En ik heb altijd al gedacht dat ik De Kannebuis wel zou willen hebben.” Het leven liep aanvankelijk anders, Richard werkte – net als zijn echtgenote Connie – met plezier bij Philip Morris, tot de sluiting van de Bergse fabriek in 2014. “Als de fabriek niet gesloten was hadden we er nog gewerkt”, zeggen ze, “maar uiteindelijk bleek het een zegening, want zo kregen we de kans om De Kannebuis over te nemen.” Op de dag af 10,5 jaar later nemen ze afscheid.

“En hoe dichterbij dat afscheid komt, hoe meer zeer het gaat doen”, zeggen ze. Uren kunnen ze vertellen over de prachtige jaren die ze hadden in De Kannebuis: “Het was nooit saai, er was altijd wat te doen. Van het witte “ziekenhuismagazijn” dat we tien jaar geleden aantroffen hebben we een bruin café gemaakt waar iedereen graag komt; klanten van 18 tot 88 jaar oud en de leden van tientallen verenigingen die zich hier thuisvoelen. Die mensen zijn wat al die jaren zo mooi maakte. Het was altijd leuk om het hen naar de zin te maken, met schone biljarts, blinkende ballen, voldoende personeel op drukke momenten, de mooiste sportwedstrijden op tv en een hapje of knabbeltje op tafel als daar behoefte aan was.”

Eén van de klanten die van dichtbij zag hoe Connie en Richard De Kannebuis tot een “thuis” maakten was de overbuurman, Nesim Ajouri, die net als Richard jaren eerder de stiekeme droom had om ooit zelf uitbater van De Kannebuis te zijn: “Nesim en Kelly wonen aan de overkant, en we kennen ze al jaren. Nesim heeft al vaak gevraagd of we plannen hadden om te stoppen, en wat er daarna zou gebeuren. In januari van dit jaar vroeg hij het weer, en dat zette ons aan het denken”, zegt Connie, “Richard wordt volgend jaar 65, en we hebben geen opvolging. Met Nesim was er iemand die interesse heeft én overloopt van enthousiasme. Dat deed ons besluiten dat dit het beste moment was om het stokje over te geven.”

Nesim kan niet wachten om te beginnen: “Net als Richard ben ik hier opgegroeid met het zaalvoetbaltoernooi, ik kom hier ook al 30 jaar. En ook bij mij heeft altijd de gedachte in mijn hoofd gespeeld dat ik graag zelf achter de bar zou willen staan. Ik heb misschien geen horecaervaring, maar ik ben Halsternaar in hart en nieren, ik ken heel veel mensen en ik zie al jaren wat Richard en Connie hier goed doen. Ik ben heel blij dat ze me de kans geven om hun werk voort te zetten!” 

De eerste tijd is dat het plan: De Kannebuis op de huidige voet voortzetten: “De Kannebuis is een soort buurthuis en dat moet zo blijven. Richard en Connie staan voor gastvrijheid, en ik wil op dezelfde manier doorgaan. Net als Richard, met mijn vrouw naast me.”

En dat gaat gebeuren, want hoewel Nesims echtgenote Kelly aanvankelijk een klein beetje opzag tegen de impact die een eigen horecabedrijf heeft, staat zij nu ook helemaal achter de keuze: “We gaan er samen een succes van maken. Een luisterend oor bieden en vriendelijk zijn kost niks, en net als Nesim vind ik het heerlijk om met mensen om te gaan.” 

Kelly en Nesim kunnen erop rekenen dat Richard en Connie nog regelmatig wat bij hen komen drinken. “Maar”, zeggen die, “het is ook fijn dat we nu wat meer tijd krijgen voor onze familie, en dat we af en toe naar de voetbal of een concertje kunnen. Maar we komen zeker nog vaak bij De Kannebuis. Met Nesim en Kelly aan het roer blijft dat een heel fijne plek, dat weten we zeker.”