Afbeelding
Foto: Ana Maria Rodrigues Clemente

Volluk: Vrienden komen en vrienden gaan

Algemeen

Je familie is iets anders dan je vrienden. Familie krijg je, bij ons waren er dat heel veel, en zo zijn er ook mensen die zowat alleen zijn.
Maar vrienden kom je tegen, dat kan op school zijn, maar ook bij een vereniging of op je werk kun je ze tegen komen. Sommigen hebben vrienden voor het leven, maar soms gaan vriendschappen voorbij, als je bijvoorbeeld naar een andere school gaat, verhuisd bent of andere interesses krijgt. Dit alles is een heel gewone situatie.
Sinds ik met pensioen ben is er het een en ander veranderd in mijn leven, ik heb het nog even druk - dat is mijn eigen schuld - maar het grote moeten is voorbij.
Sinds ik een camper heb ga ik graag even weg en heb dan het ‘we zijn er bijna’ gevoel.
Mijn kleinzoon gaat ook graag mee als we een ommetje maken, we zitten dan samen voorin, allebei met hetzelfde hoedje op. Oma moet achterin, ‘want die weet de weg niet’ beslissen wij dan samen.
Zo hadden we op een opa / oma dag het geluk dat het heel mooi zomerweer was. Dus parasol gepakt, koeltas gevuld, zonnebrand en zwembroek mee, en hup in de camper op weg naar het strand.
De kleinste wilde al bij de Halsterse molen aan de zak met kadetjes beginnen, maar dat heeft oma met gevaar voor eigen leven nog even weten tegen te houden.
Bij Westerschouwen is de parking vlak naast de trappen die de duinen overgaan dus we stonden weldra op het strand. Alles uitgepakt en omdat ik geen zwemmer ben ging oma met de kleintjes naar de vloedlijn. Ik zou alles hier in de gaten houden.
Zo alles overziend: het weer, de kinderen die plezier hadden, verder alleen maar tevreden strandgangers, dit alles gaf mij een goed gevoel.
Maar omdat ik slecht tegen zonnestralen kan vleide ik me horizontaal neer in de schaduw van de grote parasol.
Ik lag daar net toen een schaduw over me heen kwam, ik knipperde even met mijn ogen en zag een lang iemand voor mij staan: ‘Mag ik mij voorstellen, mijn naam is Geluk.” Nou dan kom je zeker van Tholen sprak ik. Weet je dat er op dit eiland velen wonen met deze naam, of kom je uit Bergen, want mijn moeder werkte als meisje bij een familie met die naam.
‘Nee ik kom van nergens sprak deze persoon. Ik sta hier omdat je mij net hebt ontdekt, als je namelijk goed zoekt kun je mij gemakkelijk vinden. Je moet er wel oog voor hebben en het zit hem niet in materiële dingen, zoals staatsloten of een erfenis. Nee, het gaat om de kleine dingen in het leven zoals en mooie stranddag, fluitende vogels, spelende kinderen, enzovoort.’
Plotseling waterspetters op mijn lichaam en in plaats van een goed gesprek kwamen de kleinkinderen mij nat gooien. ‘Moet ik alles alleen doen, ga jij nou ook eens iets doen met de kinderen sprak oma. Nou oké, de emmertjes mee en dan gaan we bij die paaltjes garnalen vangen.
En hup daar ging heel de bups, geen garnalen maar wel schelpen en stukjes van een zeekat (voor de vogels) rijker keerden we terug.
Na aan het eind van middag ijsjes, friet, een snack en limonade te hebben genomen, keerde ik met een slapend reisgezelschap terug naar huis.
Toen ik bij Steenbergen de A4 opreed en het bord Halsteren 7 zag staan, moest ik aan mijn nieuwe vriend denken. En ja, geluk bestaat. Niet voor altijd en constant, maar je moet het zien.
Tja, vrienden komen en vrienden gaan.

Tot de volgende Volluk, Twan Simons.