Herdenkingsceremonie.
Herdenkingsceremonie. Foto: Bep Tielemans

Volluk: Meimaand

Algemeen

Wanneer de meimaand is begonnen, toch zeker de eerste week, dan is er op televisie volop te zien wat betreft oorlogsfilms. Ik zelf hou er wel van, al zijn het vaak herhalingen. Meimaand is de herdenkingsmaand in Nederland en dan gaat het natuurlijk vooral over het einde van de Tweede Wereldoorlog. Dit jaar ook nog eens 80 jaar geleden. 

Wij in Halsteren zelf zijn bevrijd op 1 november 1944, en in tegenstelling tot Bergen op Zoom herdenken wij dit vrij somber, vind ik.
In mijn schooltijd zo begin jaren 60 werd er naar mijn herinnering helemaal niets aan gedaan, ik meen dat er wel iets was tijdens de Dodenherdenking op 4 mei, maar dit was vooral een gebeuren van volwassen mensen.
Ook op school was er weinig aandacht voor de oorlog, ja wel een geschiedenisles, maar daarin vooral de verhalen over het noorden van Nederland, bombardement op Rotterdam, capitulatie, hongerwinter, joden vervolging, enz. Maar meer dan twee of drie lessen zijn er nooit over gegeven.
Terwijl wij in een gebied wonen waar het weliswaar tijdens de oorlog vrij rustig was, maar juist tijdens onze bevrijding is er heel veel gebeurd. Kijk maar eens hoeveel jongens er op de kerkhoven liggen, zowat allemaal zijn ze in onze contreien gesneuveld.
Nee, nooit zijn wij met de klas daar geweest. Ook aan de grens van Halsteren is hard gevochten,  denk aan de Zoombrug, die toen het grensgebied tussen Halsteren en Bergen op Zoom vormde. Zelfs nu na 80 jaar kun je daar nog huizen zien waar oorlogsschade aan is.

“Ook aan de grens van Halsteren is hard gevochten”

Ook zijn we nooit naar Korteven geweest alwaar de Canadezen onder zeer grote weerstand van de Duitsers, die op de verhoging zaten, moesten zien door te breken. In de jaren 70 heb ik daar in het bos nog loopgraven ontdekt, misschien zijn ze er nu nog steeds. Ik meen dat de Canadezen daar op een zwarte dag 48 kameraden verloren.
Ook naar het kerkhof aan de Wouwseweg gaan en er bijvoorbeeld een klaproos wegleggen of een graf adopteren (om bijvoorbeeld schoon te maken) was er vroeger niet bij.
Gelukkig is er de laatste jaren verandering in gekomen, en is er nu wel interesse bij de scholen. En je merkt direct dat er dan steeds meer initiatieven ontstaan.
Zo zijn er nu monumenten in Halsteren, er is ook een mooi in de Welberg en er komt een heel groot herdenkingsmonument bij de Canadese en Engelse begraafplaats .
Ook over het gewone leven tijdens de oorlog werd weinig verteld op school. Ja, er was alleen goed en fout, zwart en wit dus, terwijl we nu toch wel ontdekken dat de meeste mensen grijs waren. Zo goed mogelijk overleven was de leuze.
Ik herinner mij een collega die eens vertelde over zijn vader: hij werkte in de polder bij een boer, en woonde ook in een huisje van die boer. Hem werd verteld dat wanneer hij werk wilde blijven houden dat hij dan, net als die boer, bij de NSB moest. Ja, wat moest mijn vader dan? Hij had wel negen jong te vreten te geven, sprak die collega. Toen de oorlog afgelopen was en de kinderen op het dorp naar school gingen kregen ze meermalen klappen, want het waren ‘die vuile NSB-ers’, en ieder keek lachend toe.
Daarom vind ik het belangrijk dat we herdenken, toch zeker in deze tijd. Het kan zo weer gebeuren.

Tot de volgende Volluk,
Twan Simons