Trots op Olympische erkenning
AlgemeenHOOGERHEIDE/BOLOGNE – Gerard Koel maakte vanuit Hoogerheide 33 jaar deel uit van de ’s-werelds grootste wielerronde. De voormalig baanwielrenner was als chauffeur van de NOS-equipe getuige van het tijdperk Eddy Merckx, Bernard Hinault, Miquel Indurain, Greg Lemond. Naast de besturen van de NOS-wagen was de import-Hoogerheidenaar van meer markten thuis. En mag zich zelfs OLY weten! Voor dorpsgenoot Pim Bruijnzeels (26) betekent het alweer zijn derde tourstart als AD video-verslaggever. Een wekelijks rendez-vous…
Gerard: Hey Pim, ik weet niet hoe jij erover denkt, maar ik heb genoten. Met name die geslaagde aanval van Frank van den Broek. Zo ineens uit het niets.
Pim: Mooi toch. Ik kende hem al, hij kan goed bergop, iets wat hij in Turkije al had laten zien. Aardige jonge gozer voor de microfoon. Wat vond jij trouwens van de discussie dat hij gewoon de ritwinst en dus gele trui had moeten pakken? Ik gunde Romain Bardet ook wel, kroon op z’n carrière.
Gerard: Heeft helemaal niets met gunnen te maken. Iedereen die iets van het beroepswielrennen pretendeert te weten die weet ook dat er hogere machten spelen. Binnen een ploeg houdt men zich aan de regels. Bardet is de kopman en aangetrokken voor ritwinst. En daarbij komt dat hij al tien jaar zijn gele droom najaagt. En Frank van den Broek, daar hebben we sowieso het laatste nog niet van gezien! Zijn tijd komt nog wel.
Pim: Nu we het trouwens toch over waardering enzo hebben. Kan het zijn dat ik onlangs ook een mooie foto van jou en Tineke voorbij zag komen. OLY? Vertel eens.
Gerard: Klopt helemaal. OLY is een soort eredoctoraat in de sport, speciaal voor deelnemers aan de Olympische Spelen. Vorige week mocht ik deze, in de vorm van speld en oorkonde, in het Olympisch Stadion in Amsterdam in ontvangst nemen. Naast mij bijvoorbeeld ook bokser Arnold Vanderlijde, zwemster Enith Brigitta en schaatsster Yvonne van Gennip. Mooi om mee te maken op een heel bijzondere plaats, daar waar het voor mij allemaal begon.
Pim lachend: Vanzelfsprekend proficiat. Maar hebben ze daar bij jou niet heel lang over na moeten denken? Tokio 1964 toch?
Gerard: Beter laat dan nooit! Ik zie het maar als waardering voor jaren van opoffering. Ik ben ooit als liefhebber op de baan begonnen en de Spelen vormde het ultieme doel. Ik focuste me op die van 1960 totdat ik viel en pezen in mijn duim scheurde. Ik trainde zelfs elf maanden met gips en een omgedraaid stuur maar zag toch Rome aan me voorbij gaan. Ik besloot om vier jaar amateur te blijven en me op de achtervolgingsploeg voor Tokio te richten.
Pim: En met succes, bronzen medaille toch? Ik ken mijn klassiekers! Maar, nu je het zegt. Vroeger waren de Olympische Spelen louter aan amateursporters voorbehouden.
Gerard: Als wielrenner had je maar één kans op de Spelen, daarna werd je vaak professional. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld zwemmers, judoka’s en atleten. Ik fietste nog in het stenen tijdperk. De ploeg van 1964 bestond met Cor Schuuring, Henk Cornelisse, Jaap Oudkerk en ik uit allemaal Amsterdammers. Wij werden in het Vauxhalletje van coach Jan Derksen gepropt en reden naar Antwerpen, de plek waar we konden trainen. Berenkoud vanwege de ijsbaan in het midden. Wereldreizen want de A4 en A16 bestonden nog niet. In Breda mochten we even uit de auto om te luchten.
Pim: Pure ontbering, als je het mij vraagt. Trouwens, voor een verslaggever anno nu valt het ook niet mee hoor. Zo schuift een lieftallige Italiaanse serveerster me ineens weer een grote pizza voor mijn neus. Of ik ook nog wat wil drinken?!
Ik spreek je volgende week…













