
Huijbergse Vuelta-held Jan Maas gehuldigd
AlgemeenHUIJBERGEN – Wielrenner Jan Maas werd afgelopen vrijdag verrast met een huldiging in eigen dorp. Hij haalde de finish van de Vuelta, ondanks een gebroken rib en een zware longinfectie. De jonge Huijbergenaar oogstte wereldwijde bewondering voor zijn doorzettingsvermogen: “Jullie reden allemaal mee.”
Hij mag dan een geharde renner zijn, de huldiging in zijn woonplaats bleek een emotioneel moment voor de jonge Jan Maas. Zijn familie hield hem voor dat hij uit eten zou gaan, maar in plaats van een restaurant belandde Jan bij Molen Johanna, waar hij werd opgewacht door een grote groep familie en vrienden, die waren opgetrommeld door het Huijbergse Wielercomité: “Wij zijn er om de wielersport te promoten”, sprak voorzitter Carel Jan Reuver, “zo vaak komt het niet voor dat een Nederlander de Vuelta uitrijdt. Dat een Huijbergenaar dat doet, en dan ook nog op zo’n manier, dat móet gewoon gememoreerd worden. Dat hoort bij Huijbergen.”
KNWU-Wielerspeaker Dylan Boomaars wist Maas prachtige anekdotes over zijn Vuelta – zijn allereerste grote ronde - te ontlokken. Al in de eerste drie kilometer van de eerste etappe raakte Maas betrokken bij een grote valpartij: “Aan de rechterkant lag ik helemaal open”, zegt Maas. Hij ging door, en wist zich in de elfde etappe in de kijker te rijden, door zich in de kopgroep te nestelen. Die dag waarschuwde hij zijn ouders al met een berichtje: “Zet de tv maar aan, want ik zit mee.” Jammer genoeg bleek die etappe het hoogtepunt, want vanaf etappe 13 ging het mis. In de afdaling van de Col d’Aubisque probeerde Maas een vallende renner te ontwijken, waardoor hij in volle vaart tegen een muur reed: “Heel mijn helm kapot, en ik voelde mijn ribben kraken, ik wist meteen dat ze gebroken waren. Ik dacht dat mijn ronde erop zat.”
De dag erop kruipt Maas toch weer op de fiets, en vanaf dat moment is hij vastbesloten de finish te halen. Dat hij bloed ophoest verzwijgt hij voor zijn ploegleider: “Ik voelde me een zombie, maar ik moest Madrid halen. Waarom ik dat zo graag wilde? Om alle mensen die hier vandaag staan trots te maken”, zegt Maas, “jullie reden allemaal met me mee.” Spaanse media plaatsten in de laatste etappes het verhaal over die ene Nederlandse renner, die helemaal achteraan reed. Jan Maas vond dat wel leuk, maar in Huijbergen wil hij één misverstand nog graag uit de wereld helpen: “Ik reed dan wel achteraan, maar dus niet omdat ik moe was.”
Pas na de finish werd de schade duidelijk: een gebroken rib, een fikse longinfectie en een saturatie van 88, waardoor ademen voor Maas voelde alsof hij constant op 4000 meter hoogte rondreed. Het toont zijn doorzettingsvermogen en zijn enorme prestatie. Vader Jan Maas sr. loopt over van trots en bewondering voor zijn zoon: “Je moet het toch maar even doen, zo op je tandvlees. Zo de pijngrens trotseren, dat heeft hij van zijn moeder. We zijn echt super, supertrots op hem.”
Die trots deelden alle aanwezigen, waaronder ook oud-Tourwinnaar Jan Janssen – die de Vuelta in 1967 op zijn naam schreef. Janssen vertelt hoe hij de Vuelta op tv volgde en steeds de naam “Maas” voorbij zag komen. “Ik dacht: wie is die vent, waar komt hij vandaan? Ik belde mijn vriend Peer Maas op, om te vragen of die Jan Maas misschien familie van hem was. Niet dus, maar Peer vertelde me wel dat Jan Maas uit Huijbergen kwam. Toen ben ik supporter van hem geworden. Jan is heel goed bezig!”
















