Medewerkers buizenfabriek De Leeuw waarvan enkelen met een 'sjekkie' in de mond.
Medewerkers buizenfabriek De Leeuw waarvan enkelen met een 'sjekkie' in de mond.

Volluk: ‘Sjekkie’

Algemeen

Cheque

Wat hebben wij toch een wonderlijke taal. Ik wilde het hebben over ‘sjek’ maar er is ook een heel deftig woord voor sjek en dat staat boven dit verhaal. Alleen het ene rookte ik ooit en het andere betekent betaalmiddel.

Op het einde van onze lagere schooltijd sprak de meester over de tijd na de zesde klas, er waren toen nog jongens die al 14 jaar werden en gingen werken, de anderen gingen nog naar een vervolgopleiding.
Ons werd verteld dat we niet meer bij deze school moesten rondhangen en toch zeker niet met een sigaret in je mond, waarschijnlijk bedoelde hij een ‘sjekkie’.
In die tijd was het een gewoonte dat wanneer iemand ging werken (men moest toen zijn hele loon afgeven) dat je van thuis uit naast zondagsgeld ook rookwaar kreeg. Ook de jongens op de ambachtsschool mochten meestal van thuis gaan roken, al moesten ze het wel zelf betalen. Hier was ook op het schoolplein roken toegestaan.
Waar die gekke gewoonte van roken is ontstaan, is mij onbekend, maar op oude foto’s zie je zowat alle mannen roken. Laatst stond er een foto van arbeiders van fa. de Leeuw in deze krant en er stond er een aantal op met een sigaret in hun mond. Ja, vroeger was het een gewoonte en ook ik heb eraan meegedaan, maar na ongeveer 2 jaar en door een weddenschap met een vriend heb ik het pakje ‘sjek weggegooid en ‘ben daarna nooit meer begonnen. Wel eerst leeg gerookt natuurlijk...
Op de werkvloer rookte alleman sjek, en op zondagen rookten ze ook wel sigaretten maar die waren wel duurder. En vele vonden het draaien van een sjekkie een aangename pauze tussen het werken door.
Vaak had men de ‘sjekbuil’ in een zakje bovenin het ketelpak, ook zag je wel blikken doosjes voor sjek en vloeitjes. Ja, roken was vroeger helemaal geaccepteerd, hoewel je kleren ervan gingen stinken, het plafond bruin werd, enzovoort. Om over ziek worden nog maar te zwijgen, maar wie zijn wij als in die tijd ook doctoren volop rookten en het zelfs in advertenties aanprezen.
Veel advertenties gingen over gezelligheid , een sportief en avontuurlijk leven. Met allemaal blije mensen erop, die er ook nog eens gezond uitzagen. Wel een verschil met tegenwoordig op de pakjes.
Men deed er ook veel voor, zo hoorde ik het verhaal van een Rotterdammer die aan opveeg tabak kon komen in de haven en er dan thuis sigaretten van draaide en ze per stuk aan huis verkocht. Dit alles gebeurde in de oorlog en men sloop in spertijd langs de trappenhuizen om maar te kunnen roken. Dat waren dan mensen die het konden betalen maar zo waren er ook die op straat peuken opraapten en daar weer sigaretten van maakten, dat noemden ze dan ‘buksjek’.
Voor oma maakte ik altijd het boodschappenlijstje en daar stond ook sjek bij: ‘Zware van Nelle’. Nu wist ik vanuit advertenties dat er altijd Van Nelle shag stond, maar gek genoeg zei dat nooit iemand....
Sjek blijkt een heel vrije dialect vertaling van shag te zijn, wat later door iedereen is overgenomen. Het woord shag staat voor: tabak met een ruwe bovenkant en in de lengterichting gesneden ook lijkt het op ruw haar.
Laatst was er een reportage in de krant over mensen die een busrit maakten om in Luxemburg sjek te gaan kopen, omdat het daar veel goedkoper is dan in ons land. Zo verdienden ze vele tientallen euro’s, zeiden ze. Er stond als laatste een opmerking van: ‘je verdient nog veel meer als je stopt’. Maar dat is een opmerking die alleen een niet roker kan maken.
Tot de volgende Volluk, Twan Simons.