Parcoursbouwers Jan Maas en Peter Huijskens over het NK Veldrijden in Huijbergen.
Parcoursbouwers Jan Maas en Peter Huijskens over het NK Veldrijden in Huijbergen. Foto: Jolanda Hugens Kommers

“We bouwen voor de renners én het dorp”

Algemeen

HUIJBERGEN - Ze kennen ieder paadje van de Tiesteduin, elke wortel in het bos en ieder weiland waar het publiek straks massaal staat. Parcoursbouwers Jan Maas en Peter Huijskens vormen het hart van de omloop voor het NK Veldrijden in Huijbergen. Geen gelikte bureaubladplannen, maar vakmanschap uit liefde voor de sport en het dorp. “We bouwen een koers waar de renners trots op zijn – en wij ook.”

Van toertochten naar topcross

Jan was zelf jarenlang wegrenner (“twaalf jaar op de weg, en nu nog eens een veldritje voor de conditie”) en Peter kwam via toertochten en het verenigingsleven aanwaaien. In de regio organiseren ze nog altijd populaire toertochten. Al eind jaren ’90 dacht Jan: met zulke prachtige bosgebieden - Tiesteduin, misschien een stukje Nootjesberg - móét hier een echte veldrit komen. “Men verklaarde me voor gek toen ik zei: binnen vijf jaar hebben we een NK. Maar in 2003 stond het er.”

Sindsdien schreef Huijbergen geschiedenis: twee keer een EK, tien internationale crossen en deze winter het zesde NK – een record dat ze delen en nu gaan breken. Peter schoof van vrijwilliger naar bestuurslid: “We doen dit met een ploeg mensen met vooral één ding gemeen: liefde voor de sport.”

Jeugd voorop 

De drijfveer is zichtbaar als het over de jeugd gaat. Peters zoon (15) is eerstejaars nieuweling en staat aan de start. “Middenmoot en groeiende,” zegt hij met een glimlach. Jan’s zonen koersen ook fanatiek, maar dan op de weg. “Uiteindelijk doen we het voor die gasten. Hoe mooi is het als je eigen kind in je eigen dorp kan rijden?”

Talent is er voldoende. Ze noemen Delano Wehren (16) uit de buurt: “Een echte belofte.” En die grote naam? “Of Mathieu van der Poel komt, weten we niet. We hopen het. Zonder hem mikken we op zo’n 10.000 toeschouwers; mét hem kan dat zomaar richting 12.000.”

Bos, duin, weiland – alles erin

Wie op de plattegrond vooral weiland ziet, kan weleens verrast worden. De omloop is een mix van weg, bos, duingebied en weiland, met een nieuwe, ruime pitstraat voor materiaalpost en wissels en zelfs een brug in het weiland. “Alles zit erin,” zeggen de bouwers. De route ligt in hun hoofd – en grotendeels al in de grond.

Tijdens een nationale cross – bedoeld als ‘proef’ – liep het rondje 2.550 meter; op advies van de KNWU is er 200–300 meter bijgekomen. “Nu zitten we rond de 2.8 kilometer.” Het aantal rondes hangt per categorie af van de rondetijd; profs rijden circa een uur. Zwaar wordt het zeker, benadrukken ze. “Weer speelt een grote rol, uiteraard. Maar dat is écht veldrijden.”

Twee dagen knallen, vrijdag klaar

De opbouw start in de week van het NK op dinsdag; woensdag en donderdag zijn de grote werkdagen. “Met twintig man tegelijk aan je hoofd zet je geen piketpaaltje recht,” grapt Jan. “De pitstraat doen we met z’n tweeën: dan blijft het strak.” Vrijdag 13.00 uur moet het parcours klaar zijn voor verkenning.

Controle komt er ook. Brandweer kijkt mee rond tenten en veiligheid; de KNWU keurt het parcours. “Ze letten op bochten, wortels, hekken – praktische dingen. Als er een wortel gevaarlijk ligt, halen we ’m weg.”

Fantastische medewerking

Over de toestroom maken ze zich geen zorgen. Parkeren kan “om het parcours heen” en op twee grote parkeerweiden vlakbij, met dank aan grondeigenaren en ondernemers die meewerken. De bussen van de profploegen krijgen een eigen plek. “De medewerking is fantastisch. Zonder die partners – en zonder vrijwilligers – kun je dit niet organiseren.”

Hoeveel mensen er meedraaien? “Tussen de 150 en 200 vrijwilligers over de hele week,” schatten Jan en Peter. Van opbouw en afzettingen tot seingevers langs de omloop. “Zonder hen houdt alles op. Punt.”

Gravel en vaste routes

Ze zien de sport veranderen. Waar vroeger MTB de boventoon voerde, is gravel populair geworden. Tegelijk zijn er vaste bosroutes met vignetten; dat stuurt recreanten. “Je ziet het in de bossen: het publiek en de rijders zoeken nieuwe beleving. Wij proberen die beleving te bouwen.”

Werkplaats Tiesteduin

Een deel van de omloop lag vroeger ook op Nootjesberg; nu concentreert het zich vooral in de Tiesteduin. Praktisch, vinden de bouwers. “Materiaal, dranghekken – we kunnen alles dichtbij kwijt. Korte lijnen met grondeigenaren en ondernemers helpen enorm.” We bellen even en stellen ze van alles op de hoogt als we een rondje gaan lopen of iets moeten klaarzetten. “Een kleine moeite. Maar zo hou je het samen leuk.”

Wanneer is het geslaagd?

“Als renners en publiek met een grote glimlach vertrekken”, zegt Peter. Natuurlijk komt er altijd commentaar - dat hoort bij koers. “Maar wij weten wat we neerzetten: een eerlijk, technisch parcours dat Huijbergen waardig is.” Tenslotte: en wat als het regent? Jan lacht: “Dan wordt het gewoon nóg meer veldrijden.”