Links schaker Wim van der Neut.
Links schaker Wim van der Neut. Foto: BSV

Portretten van Bergse schaakkampioenen: Wim van der Neut

Algemeen

BERGEN OP ZOOM - REGIO - De recordkampioen van BSV is met 18 clubkampioenschappen Wim van der Neut. Uw verslaggever - René Punt - heeft Wim van der Neut waarschijnlijk nooit ontmoet of het moet op het Liga-schaaktoernooi in Roosendaal zijn geweest, maar terugzoeken van schaakpartijen leverde niets op.

Een andere bron die tegenwoordig vaak geraadpleegd wordt is internet. Daarop komt de naam van Wim van der Neut vaak terug als een oorlogsmisdadiger die uit de Koepelgevangenis van Breda wist te ontsnappen. Dat is duidelijk een heel ander persoon.

Wat ik wel in het archief heb weten te vinden is dat Wim van der Neut voordat hij lid werd van BSV lid was van de destijds andere schaakvereniging in Bergen op Zoom: EDN. Niet is bekend of hij daar ook clubkampioen is geweest, maar dat zou goed kunnen. Wim werd in 1956 voor het eerst clubkampioen van BSV, dus waarschijnlijk heeft hij kort daarvoor de overstap gemaakt van EDN naar BSV. Mogelijk is Wim een tijdje lid geweest van beide schaakverenigingen.

Wim van der Neut is 18 keer clubkampioen van BSV geweest tussen 1956 en 1984! Om Wim van der Neut, de Bergse schaker te portretteren heb ik de wat oudere leden van BSV gevraagd wat zij wisten te vertellen over hem. En dan kwam ik meestal op een slanke lange man, altijd in pak, met een aimabel karakter, die heel goed schaakte en ook graag de partijen met zijn tegenstanders wilde analyseren.
De meeste informatie kreeg ik van Ton Goris, die met drie clubkampioenschappen op zak, een heel goede band had met Wim van der Neut en ook van alle oud-BSV’ers het meest over Wim te vertellen had. We laten Ton Goris aan het woord. “Begin jaren zestig van de vorige eeuw verhuisde vliegtuigbedrijf Fokker van Papendrecht naar Woensdrecht en was Wim als werknemer verplicht mee te verhuizen. Hij vond woonruimte in een pand aan de Blauwehandstraat in Bergen op Zoom waar hij een kamer huurde. Al snel had hij zijn weg naar de plaatselijke schaakclub EDN en later naar BSV gevonden, waar al spoedig bleek dat hij een van de sterkste, zo niet de sterkste speler was. Zijn werk bij Fokker, hij was o.a. belast met de administratie van het aantal gewerkte uren aan de diverse projecten, was beneden zijn niveau en sprekend over zijn werk had hij het altijd over “mijn corvee”. Begin jaren zeventig was ik zelf, als elektrotechnisch ingenieur, een aantal jaren werkzaam op de afdeling engineering van Fokker Woensdrecht en kon ik zelf ervaren dat Wim zijn taak uiterst toegewijd en precies verrichtte. Een precisie die menig collega tot wanhoop dreef als er eind van de week “ge-urkt” moest worden. “Urken” was het wekelijks invullen van de urenregistratiekaart en hing er bij de meesten maar een beetje bij. Die hadden aan Wim een kwade.

De successen van Wim op het schaakbord behoeven nauwelijks toelichting. Talloze keren heeft hij bewezen de beste te zijn en de twee keer dat ik zelf clubkampioen ben geworden was hij mijn grootste rivaal. In de externe competitie speelde hij altijd (met zwart) aan het tweede bord van het eerste team. Bord 1 was gereserveerd voor Cees Jansen, wiskundeleraar aan het Moller Lyceum, een onaantastbare halfgod die alleen maar extern speelde en bord 1 (met wit) voor zich opeiste maar dan ook vrijwel altijd won, zoals tegen Herman Grooten.

Vaak heb ik, buiten BSV om, thuis tegen Wim gespeeld. Eerst in zijn flat aan de Rooseveltlaan, waar hij inmiddels naar was verhuisd, maar later vrijwel steeds bij mij thuis want, zoals hij zei: “Daar is de verzorging (door Adry) veel beter”. Wim was een echte schaakfanaat. Steeds wilde hij vlak voor het begin van een serieuze schaakpartij nog gauw even een paar “vluggertjes” spelen. Daarnaast gaf hij altijd blijk van een zonnig karakter. Steeds zag hij de positieve kant van de dingen en na afloop van de wekelijkse clubavond was hij een vaste gast bij de samenkomst in café de Zanzibar. Naast zijn activiteiten op het bord heeft Wim ook diverse bestuursfuncties vervuld. Dat was in de tijd dat ik zelf een aantal jaren secretaris was. 

Vlak voor zijn pensionering bleek Wim ongeneeslijk ziek te zijn. Longkanker. Zijn laatste maanden woonde hij bij zijn zus in de buurt van Gorinchem. Als ik naar Bruno Carlier in Utrecht reed voor mijn schaakbijlessen, reed ik altijd even bij hem langs wat hij zeer waardeerde. Maar de meegebrachte bloemen kon hij al niet meer verdragen. Op zijn begrafenis ben ik samen met Erwin Plomp aanwezig geweest.”

Later schreef Ton mij nog het volgende epistel: “Een jaar of 10 geleden speelden Adry en ik in een seniorentoernooi in Bad Wildungen in Midden-Duitsland. Na een paar ronden kwam er een Nederlandse deelnemer, Foppe-Jan Montsma, naar me toe, die op de deelnemerslijst had gezien dat ik uit Bergen op Zoom kwam en me vroeg of ik misschien een zekere Wim van der Neut kende. Nou ja, je begrijpt dat er toen en de tijd daarna vaak over Wim is gepraat. Hij vertelde dat hij op school klasgenoot van Wim was geweest en door hun gemeenschappelijke hobby veel samen optrokken. Foppe was later nog een keer naar Bergen op Zoom gekomen om, onaangekondigd, Wim in de Blauwehandstraat te bezoeken maar op zijn bellen werd niet opengedaan terwijl hij zeker wist dat Wim thuis was. Mogelijk zat Wim toen in een depressie. Hij vertelde ook dat Wim studeerde voor priester maar dat hij daarmee had moeten stoppen na het overlijden van zijn vader omdat daarna zijn broers weigerden voor die studie verder financieel op te draaien.
Dat brengt een andere situatie bij mij naar boven, die Ko Jaquet mij eens vertelde: Wim was bij Ko Jaquet in Etten-Leur op bezoek om een partij te schaken, toen tijdens die partij de telefoon ging. Ko kwam even later ontdaan weer terug en zei dat het telefoontje voor Wim was bedoeld met het bericht dat een van zijn broers was overleden. Maar Wim was nauwelijks onder de indruk geweest en had iets gezegd in de trant van “Ja, zo is het leven. Wie was er ook weer aan zet?” Dat alles geeft aan dat er in het gezin van der Neut waarin Wim was opgegroeid, weinig verbondenheid en empathie was geweest.” Tot zover het verslag van Ton Goris.(Zie ook online krant of www.bozschaak.nl)

Hieronder twee partijen van Wim van der Neut met commentaar van Oliver de Hert, ook al een recordkampioen, maar Oliver blijft met zijn vier clubkampioenschappen natuurlijk ver in zijn schaduw staan.

Wim van der Neut - Ko Jaquet 

Koningsgambiet [C30]

1.e4 e5 2.f4 Lc5 3.Pf3 d6 4.d3 Pc6 5.c3 a6 6.d4 exd4 7.cxd4 Lb4+ 8.Ld2 Lxd2+ 9.Dxd2 Lg4 10.Le2 Pf6 11.Pc3 0-0 12.0-0-0 b5 13.h3 b4 14.hxg4 bxc3 15.Dxc3 De8 16.e5 Pxg4 17.Pg5 Ph6 18.Dc2 f5 19.exf6 1-0

Valeer Maes - Wim van der Neut 

Hollands [A90]

1.d4 d5 2.Pf3 e6 3.c4 c6 4.Pc3 f5 5.g3 Pf6 6.Lg2 Ld6 7.0–0 0–0 8.Dc2 Pbd7 9.cxd5 exd5 [De theorie van die periode geeft in een boek van Taimanov (1982) de volgende kanttekening: de zet 8...,Pbd7 wordt als twijfelachtig aangeduid. Na 9.cxd5, cxd5 10.Pb5, Lb8 11.Lf4, Lxf4 12.gxf4, Pb6 13.Pc7, Tb8 14.Pg5, Dd6 15.Dc5 heeft wit dan ook groot voordeel (Bogoljubow - Tartakower, New York 1924). Maar nergens wordt ingegaan op 9...,exd5 dat wel een pionoffer inhoudt maar toch goed speelbaar blijkt. Wim is hier te zien in de rol van uitvinder van een nieuw idee cq zet] 10.Dxf5 Pe5 [10...Pe4 kan niet 11.De6+ Kh8 12.Pxe4] 11.Dc2 Pxf3+ 12.Lxf3 Lh3 13.Lg2 Dd7 14.Ld2 Tf7 15.f3 Lc7 16.Le3 Taf8 17.Lf2 Ph5 18.Pa4 b6 19.b3 Tf6 20.Pb2 Tg6 [Aanvalsstukken worden precies weggezet. In deze stelling is niets te merken van een verloren pion.] 21.Pd3 Te8 22.Dd2 Th6 23.g4 Dd6 24.Pe5 Txe5 25.dxe5 Dxe5 26.f4 Pxf4 27.Lg3 Pxe2+ 28.Dxe2 Dxe2 29.Tae1?? [Valeri speelt zelf op mat op e8 maar vergeet...:] 29...Dxg2# 0-1

Wim van der Neut een recordkampioen van BSV om nooit te vergeten.