
Groen, groener, dorstiger
AlgemeenEen groene tuin, het leek zo mooi. Alle tegels eruit, de stenen muurtjes gesloopt, en in de plaats daarvan kwamen planten, bloemen en geurige kruiden. Ik zag het al voor me; vlinders fladderend tussen de lavendel, bijen zoemend rond de salie, een paradijsje op eigen grond. Maar toen kwam de droogte. Een tijd lang geen druppel regen. De regenton, waar ik eerst zo ecologisch verantwoord uit tapte, bleef leeg. En planten, zo blijkt, drinken graag. Veel. Dus nu loop ik dagelijks met de tuinslang alsof ik een brand blus die niemand ziet. De lavendel kwijnt weg, de salie hangt erbij als een slappe dweil, en de zonnebloemen zijn veranderd in zonneschemerbloemen. Alles lijkt te verdorren of bruin te kleuren... behalve het onkruid. Dat groeit, bloeit, en vermenigvuldigt zich alsof het de regen zélf uit de lucht trekt. Als ik ooit nog een plaag overweeg aan te planten: ik weet nu wat werkt. Toch geef ik niet op. De klimroos blijft dapper doorgroeien, de vlinderstruik houdt stand, en af en toe zie ik een hommel die me lijkt toe te knikken: goed bezig. Een groene tuin is geen kant-en-klaar geluk. Het is werken, sproeien, en soms zuchten. Maar het is ook leven en een dankbare hommel en dat is het waard...
Ankie Stuijts









