Afbeelding

Nóg meer reacties op dialectwoord 'Koers'

Algemeen

Zoals ik u vorige week beloofde, krijgt u vandaag opnieuw een extra aflevering van deze rubriek. Maar ik kan u nog prettiger nieuws vertellen. Vanaf nu verschijnt deze rubriek elke week. Uw vele en uitgebreide reacties hebben ervoor gezorgd, dat dit in overleg met de redactie van De Halsterse Krant & De Zuidwestkrant is besloten.

Vandaag gaan we door met de binnengekomen reacties op het woord 'koers'.

Koerskes

Peter Borremans heeft weer het nodige snuffelwerk verricht, wat het volgende resultaat opleverde.

Koers: wielerwedstrijd. Koersfiets: racefiets. Koersrijer: wielrenner.

Ook in het Halsters dialect is dat zo. In het Gastels is een wielrenner een koereur. In het Bergs is fietsen: dille. Dille is echter ook: onzin uitkramen (Lat ’m toch kletse, ij dilt!). Dil komt eigenlijk van het Engelse Dil (Dilly voertuig) en is familie van het Franse Diligence. Het woord wordt meestal als verkleinwoord gebruikt: dilleke. Het is een gerijke (verouderd), of een fietsje (Wa d’n ouwen dil; ’n lekker dilleke).

Peter vermeldt verder: Een dilleke is een vrijwel nooit meer gehoord woord, waarmee de Bergenèèr ‘fiets’ bedoelde. Merkwaardig genoeg is het een woord dat verder nergens te beluisteren was. (Ons moeder ed ’n nuuwe dil gekocht, mar ze kan t’r allenig mar mee belle. Asse d’r op wil dille val z’om. Ik sprong medeen op m’n dil.)

Behalve snuffelen in de boeken heeft Peter ook gegraven in zijn herinneringen: 'Jan Prop en o.a. ik organiseerden vroeger ‘koerskes’. Tegen Adrie van der Poel heb ik ook nog ’n ‘koerske’ gereden. Verder in de Dennenlaan, op de Canadalaan en nog ’n jeugdronde in Hoogerheide (allemaal op ’n gewone fiets). Mijn sport werd niet wielrennen of voetballen, maar het werd atletiek. Wel veel op de fiets naar Bergen op Zoom en terug. De dromen van Jan Prop zijn uitgekomen, nl. twee wereldkampioenschappen cyclocross. De dromen van Adrie van der Poel zijn ook uitgekomen, nl. overwinningen in klassiekers en het organiseren van een grote wedstrijd. Ook was hij wereldkampioen cyclocross. In de atletieksport is mijn droom ook uitgekomen.'

Ronde

Jan Klaaijsen vertelt ons het volgende. 'De oorsprong van koers: koers van het Franse woord: cours ronde. Uit het Latijn: cursus; loop, vaart, de richting waarin een schip of een vliegtuig zich beweegt. Het woord koers wordt gebruikt bij: het wielrennen, bij de beurs en bij de scheepvaart.

Bij het wielrennen wordt het woord gebruikt voor ronde. De ronde van: Tour de France, Giro en Vuelta. Het meest bekende bij ons is de Tour de France. De meeste winnaars zijn de Fransen en Belgen. Het zou te veel worden om die allemaal op te noemen. Zelf hadden wij twee winnaars: Jan Jansen en Joop Zoetemelk. Bekende renners uit de Tour zijn: Woutje Wagtmans en Wim van Est. Toen de laatste weer uit het ravijn kwam sprak hij: Mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac liep nog. Jan Raas, Harm Ottenbros, de Kneet (Gerrie Kneteman) en Michael Boogerd. Daarnaast kennen we het veldrijden, met wereldkampioenen als Adrie van der Poel en zijn zoon Mathieu. Dan hebben we nog de dames met o.a. Marianne Vos en Monique van der Breggen. Dit zijn de beroepsrenners; daarnaast hebben we nog de amateurs. De gemeente Woensdrecht is wielergemeente en heeft contacten met UCI. Elk van de vijf dorpen heeft zijn eigen rondes. Het zou te ver voeren hier uitgebreid op in te gaan.'

Waar Jan wel uitgebreid op ingaat zijn de beurskoersen en het woord koers met betrekking tot de scheepvaart. Erg interessant, maar wij willen ons hier toch liever beperken tot de wielerkoersen. Dat was namelijk het onderwerp van deze aflevering. Bovendien zouden we nog een derde rubriek nodig hebben om het volledige antwoord van Jan weer te geven.

Bulleke

Enkele afleveringen geleden hebben we het woord 'bulleke' behandeld. Ook Twan Simons had daarop een interessante reactie ingestuurd, maar deze was helaas te laat binnen. Nu we nog wat ruimte over hebben plaats ik zijn verhaaltje graag alsnog.

'Vooral bij grote mensen, deed men over het bulleke aan je vinger een sleuf/sluif, dit was een bescherming tegen het vuil worden van het bulleke, bij werkzaamheden buitenshuis (hierbij werd iedereen vuil) door landarbeid, in stallen of met machines en gereedschappen .

De sleuf had de vorm van een cond**m, of de vinger van een overmaatse handschoen, waaraan een lint of touwtje was gemaakt, dat om je pols werd geknoopt. Het materiaal was meestal een stuk van een oud ketelpak of oude theedoek, overbodig te zeggen dat dit zelf in elkaar gezet werd, (mocht natuurlijk niets kosten).'

Ik hoop dat u deze rubriek weer interessant vond.

Voor alle duidelijkheid vermeld ik nog een keer, dat het systeem van deze rubriek niet is veranderd, maar dat de reacties worden verspreid over twee weken.

Graag tot volgende week!