
Een wolk aan onze voeten
AlgemeenDe dagen worden korter en de nachten langer. De zon staat lager aan de hemel en verwarmt de bodem minder krachtig dan een maand geleden. Tijdens de langere nachten heeft de grond bovendien meer tijd om warmte kwijt te raken.
Vooral onder een heldere hemel kan het flink afkoelen. De lucht vlak boven de grond koelt mee. Daarmee begint het verhaal van ochtendmist. In de lucht zit waterdamp, een onzichtbaar gas. Bij afkoeling stijgt de relatieve luchtvochtigheid, ook zonder dat er vocht bijkomt. Uiteindelijk kan de lucht verzadigd raken: de relatieve luchtvochtigheid bereikt dan honderd procent. De temperatuur waarbij dat gebeurt, noemen we het dauwpunt. Neem lucht van twaalf graden met een dauwpunt van acht graden. Koelt die lucht tot acht graden af, dan kan waterdamp condenseren tot piepkleine druppeltjes. Blijven die in de lucht zweven, dan ontstaat mist. Condenseert de waterdamp rechtstreeks op gras, bladeren of andere koude oppervlakken, dan vormt zich dauw. Een heldere nacht, vochtige lucht en weinig wind zijn dus gunstige omstandigheden voor mist. We noemen deze vorm stralingsmist, omdat warmteverlies door uitstraling de afkoeling veroorzaakt. Na zonsopkomst warmt de bodem weer op. De lucht volgt en de druppeltjes verdampen vaak geleidelijk. Zo kan een grijze ochtend plaatsmaken voor een zonnige dag. Ochtendmist is eigenlijk een wolk die tot op de grond ligt. Bij mist: minder vaart, meer afstand.
Weergedachte: “Mist in de morgen, de zon nog verborgen.”














