
BENEGORA: ‘Kijk het beest in de bek’
AlgemeenGEMEENTE WOENSDRECHT - De Woensdrechtse raad ondersteunde onlangs unaniem de motie van raadslid en veehouder van Wezel: ‘Je kunt niet groen doen als je rood staat’. Wethouder Schuurbiers moet bij de provincie pleiten voor een ‘werkbaar beleid met realistisch tijdpad’.
Dit naar aanleiding van de investeringen in veestallen die de provincie eist en de extra zone rond Natura 2000-gebieden die beperkingen oplegt. De milieu- en natuurverenigingen BENEGORA en NAMIRO vragen de raad het beest in de bek te kijken en stellen een nieuwe motie voor. Ze schreven de raad: ‘Wij begrijpen dat u de belangen van een voor de gemeente Woensdrecht belangrijke agrarische sector wilt behartigen maar het zijn natuurlijk niet de enige belangen die u behartigt. Ook het welzijn van uw inwoners en hun leefomgeving, de bekende Natura 2000-gebieden, behoren daartoe. En zoals u ongetwijfeld weet, hebben die het ook heel moeilijk. We willen de schijnbaar tegengestelde belangen niet tegen elkaar uitspelen maar u uitnodigen ‘het beest in de bek te kijken’. Erken dat een transitie onvermijdelijk is. Een jaar geleden riepen we u op tot een ‘Vlucht naar voren’. Daarin verwezen we naar Professor Dr. Ir. Joks Janssen die stelt dat het platteland rigoureus op de schop moet, toch zeker hier in Brabant en pleit voor een ‘wederombouw’, een ontwikkeling van het platteland met meer aandacht voor mens, milieu en natuur. We wezen ook op de resultaten van de studie van de KU Leuven waarin een systeem uitgewerkt is voor natuur-inclusieve landbouw rond gebieden waar je specifiek een zo klein mogelijke impact wil. Onze Zuidwethoek dus!’
De milieu- en natuurverenigingen BENEGORA en NAMIRO stellen de raadsfracties een nieuwe motie voor. Een motie waarin de raad het college verzoekt een breed gedragen blauwdruk te laten ontwikkelen voor de ‘wederombouw’ van de Zuidwesthoek. ‘Waarbij we willen benadrukken dat een ‘wederombouw’ geen zaak van alleen een landbouwtransitie is. Het gaat ons allemaal aan. Boeren, burgers en bedrijven. De agrariërs, wij als consumenten, en bedrijven als supermarkten en de bank.’













