
“Liever verslaafd aan muziek dan aan opiaten”
AlgemeenHOOGERHEIDE – Een leven met aanhoudende pijn leerde oud-Hoogerheidenaar Koert Hommel veel: over de waarde van positiviteit, het effect van muziek en het gevaar van opiaten. Hij wil zijn lessen delen, zodat de zorg ervan kan leren en lotgenoten kunnen zien dat er altijd hoop is.
Hoewel hij er al 32 jaar niet meer woont, groeide Koert Hommel (50) op in Hoogerheide. Hij had er een mooie jeugd waarin hij onder andere fanatiek tafeltenniste bij Hotak, en waarin hij muziek leerde maken. Door een buurman werd hij gevraagd om zich aan te sluiten bij coverband OnCue, waarin hij tot op de dag van vandaag actief is als toetsenist: “Elke vrijdagavond ben ik in Hoogerheide om te repeteren. OnCue is nog steeds een supergave band, en het “vrijdagavondgevoel” van de repetitie in Hoogerheide is fantastisch.”
Die afleiding kan Koert goed gebruiken, want de afgelopen tien jaar gaat hij gebukt onder zijn pijn. Het begint allemaal rond zijn negentiende met een hernia. Daaraan wordt hij geopereerd, en daarna leeft hij 15 jaar relatief pijn- en probleemloos. Tot de pijn terugkeert en een operatie niet meer mogelijk blijkt: “Het komt erop neer dat ik pech heb gehad”, zegt Koert schouderophalend. Over pech gesproken: die houdt in dat Koert sindsdien elke dag pijn heeft: “Stekende, vlammende pijn. Verlammende pijn. Soms is het te doen, maar vaak ook helemaal niet. Je ziet het niet aan me, maar vaak is het enorm afzien. Dan wil ik dat het stopt, maar het stopt niet. Ik wil niet te dramatisch klinken, maar heb momenten gekend waarop ik weinig perspectief meer zag.”
Die momenten logen er niet om. Koerts hart brak meerdere malen, bijvoorbeeld als zijn zoontje hem vroeg om te voetballen en hij dat door de pijn niet kon, toen de pijn zijn relatie onder druk zette, of toen hij zijn werk – hij werkte bij de stichting JoHo, waar hij wereldburgers hielp hun talenten te ontwikkelen – kwijtraakte en arbeidsongeschikt werd verklaard: “Het ging gewoon niet meer, ik lag steeds vaker in bed met een laptop boven mijn neus. Mijn werk verliezen was één van de verschrikkelijkste dingen die ik heb meegemaakt. Het doet iets met je eigenwaarde, ik vond het fantastisch om mensen te kunnen helpen, niet om zelf geholpen te moeten worden.”
Bijwerkingen
Koert zocht op alle mogelijke manier naar verlichting van zijn pijn. Toen paracetamol en diclofenac niet meer hielpen schreven zijn artsen hem sterke opiaten voor: “Ik heb alles geslikt, van oxycodon tot tramadol en fentanyl”, zegt hij, “met de kennis van nu was dat geen slimme keuze.” Om nog enig effect te voelen werd Koerts dosering zover opgevoerd dat hij genoeg fentanyl slikte “om een olifant om te leggen”. De bijwerkingen – bijvoorbeeld “hersenmist” en obstipatie – werden steeds heftiger en de pijn werd alleen maar versterkt: “Ik had zoveel pijn dat ik dacht ‘kom maar op met die pijnstillers! Hoe sterker hoe liever!’ Toen ik opiaten kreeg voorgeschreven wist ik nog niet dat ze de pijnprikkel ook kunnen versterken. Mijn huisarts en pijnspecialist wisten het ook niet, maar inmiddels was ik wel van de opiaten afhankelijk. Als mijn huisarts voorstelde om de dosering te verminderen vond ik altijd wel een reden om het niet te doen, voornamelijk uit angst voor de pijn.”
Focus
Als de bijwerkingen hem teveel worden laat Koert zich opnemen in een verslavingskliniek om af te kicken van de opiaten. Dat is geen kwestie van een weekje, zoals hij aanvankelijk hoopt, maar het lukt hem om de opiaten achter zich te laten. “De pijn is niet eens erger geworden nu ik geen opiaten meer slik”, zegt hij. In die verslavingskliniek, en in zijn zoektocht naar een einde aan zijn pijn, leerde Koert veel over pijn en de gevolgen daarvan: “Je gedachten laten domineren door het feit dat je een slechte dag hebt, helpt niet. Als je je in plaats daarvan concentreert op leuke dingen, dingen waarvan je blij wordt en die je energie geven voel je minder stress en minder zorgen. Je stuurt je brein dan ‘veilige’ boodschappen zodat de focus niet meer op de ‘alarmsignalen’ van de pijn ligt. Dat heeft een positief effect: de pijn gaat niet weg, maar verdwijnt wel meer naar de achtergrond. Dat is geen makkelijk proces en goede begeleiding is essentieel. Daarvoor zou in de zorg veel meer aandacht moeten zijn.”
Koert merkte dat muziek hem meer helpt dan wat dan ook. Hij vond weer een manier om anderen te helpen, bij de stichting Muziekids, die zich inzet om muziek te maken met kinderen die in het ziekenhuis liggen. En ook de repetities met OnCue helpen hem enorm: “Als ik muziek maak voel ik minder pijn”, zegt hij, “het is bewezen dat het bespelen van een muziekinstrument zoveel van je hersenen vraagt dat pijn naar de achtergrond kan verdwijnen en dat merk ik. Van repetities en optredens kan ik enorm genieten. Dat ik tussen twee sets gestrekt backstage lig om mijn rug rust te geven ziet het publiek niet, en dat ik na een optreden een paar dagen moet bijkomen geeft niet. Muziek is een fantastisch medicijn.”
Ook in hardlopen vindt Koert een uitlaatklep. Op 6 oktober loopt hij, samen met zijn 14-jarige zoon Tijs de 5 kilometer tijdens de Singelloop in zijn woonplaats Breda, in een shirt met daarop “Born to Run”, naar het nummer van zijn held Bruce Springsteen: “Dat had ik tien jaar geleden nooit durven dromen. Hardlopen is een gevecht met jezelf en het vraagt je om je grenzen te verleggen, iets wat ik door de pijn wel geleerd heb. Als ik samen met Tijs de finish haal gaat er een grote wens van ons beiden in vervulling en heb ik mijn grenzen weer een stukje verlegd.”
Zijn lessen over positief zijn, leuke dingen doen en grenzen verleggen deelt Koert met lotgenoten in het platform Pijnstad, onderdeel van de Landelijke Pijn Organisatie die hij mede oprichtte: “Aanhoudende pijn is een groot en kostbaar probleem in onze maatschappij. Een onderzoek uit 2005 toont aan dat 1 op de 5 mensen ermee te maken heeft. Met het delen van verhalen over veerkracht en positiviteit kunnen we iets teweeg brengen, bij lotgenoten maar ook in de zorg. De oplossing voor pijn is niet altijd medisch-technisch, en ligt ook niet altijd in ‘gevaarlijke’ opiaten. Daar moet aandacht voor zijn.”













