Logo halsterse-zuidwestkrant.nl
Hierbij een foto van links To Karremans en rechts Mevr. Marie Plasmans Otte.
Hierbij een foto van links To Karremans en rechts Mevr. Marie Plasmans Otte.

75 jaar herdenking bevrijding Lepelstraat

LEPELSTRAAT - In het weekend van zaterdag 26 en zondag 27 oktober herdenkt Lepelstraat op gepaste wijze 75 jaar bevrijding. Dan is het 75 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd van de Duitse bezetting door de tomeloze inzet van Canadezen, Engelsen en Amerikaanse soldaten in deze regio. Onder het motto ' Vrijheid voor ons allen' zijn er diverse activiteiten waarbij eenieder van harte welkom is.

Het programma is als volgt:

Zaterdag 26 oktober: 14.30 uur Opening expositie 'Vrijheid voor ons allen', Locatie: Kerk H. Antonius van Padua

Zondag 27 oktober: 11.00 uur Gezinsviering/Herdenkingsviering "Vrijheid voor ons allen, opgezet door de Parochiekern en werkgroep Gezinsviering. Met zang van het Kinderkoor en Gelegenheidskoor, na afloop: Napraten tijdens het koffie/thee uurtje. Gelegenheid tot het bezoeken van de expositie in de kerk. 14.00 – 15.00 uur Bevrijdingsconcert door Harmonie Sint Antonius

Doorlopende expositie: Expositie in de kerk geopend op dinsdag van 10.00 tot 13.00 uur, donderdag 13.00 tot 16.00 uur en zaterdag van 11.00 tot 15.00 uur.

Herdenkingsroute Lepelstraat: In de flyer gekoppeld aan de expositie is een Herdenkingsroute opgenomen, die men op elk moment en op eigen gelegenheid te voet, met de fiets of per auto af kan leggen. Dit ter herinnering aan en ter nagedachtenis aan degenen die voor onze vrijheid hebben gestreden.

Herinneringen oorlog
Tijdens een schoenendoosochtend haalden Lepelstraters herinneringen op aan de oorlog en de bevrijding, nu 75 jaar geleden. Een moment om aan terug te denken, om nooit te vergeten, voor oud en voor jong. De oorlog tekende het leven van wie die meemaakte, en kleurt het leven van wie nu in vrijheid kan leven. Wim Mathijssen, mevrouw Plasmans Otte, To Karremans en Koosje Meesters vertelden hun herinneringen aan deze tijd.

Een fragment uit het verhaal van Wim Mathijssen:
Het begon allemaal in augustus 1939. Alle mannen tussen de 20 en 40 jaar werden opgeroepen in verband met de afgekondigde mobilisatie. Ik was toen 11 jaar en wist niet wat dat was. Vijf mannen uit Lepelstraat werden opgeroepen, een kwam niet meer terug en voor hem staat het monument op het kerkplein. Piet Luijks (Piet Jets), Piet Korst, Jo van Dorst (gesneuveld), broer Wim, Martien Dekkers behoorden daartoe. Er ging een schok door Lepelstraat.

In Nederland begon de strijd op 10 mei 1940 en binnen een week was Nederland bezet. De strafste gevechten vonden plaats in De Peel, op de Grebbeberg en wie heeft nooit gehoord van het bombardement op Rotterdam. Nederland was zijn vrijheid kwijt, ook Lepelstraat. Er was een tekort aan voedsel. Het Duitse leger sleepte alles weg en wat er aan eten was, was op de bon. Maar ons volk was creatief. Bij het dorsen stond iedereen klaar om in actie te komen. Op onbewaakte momenten werden zakken met graan ergens weggegooid, die ze 's avonds gingen halen. Die gingen naar de Kladse molen om gemalen te worden als de controleur weg was. Je kon zien wanneer die er waren, want dan stonden de wieken in een kruis.

Er was ook een groot tekort aan arbeidskrachten. Sommigen moesten ook naar Duitsland en Rie Petit (tweede van het gezin Petit) uit het Westland is daar niet meer van teruggekomen. De schrik zat er goed in. Verder was het redelijk rustig in Lepelstraat tot de Duitsers het klooster vorderde. Toen was de rust weg. Er was verzet op geringe basis en dat nam met de dag toe. Zeker toen de kerkklokken meegenomen werden. De Duitsers hadden steeds meer tekort aan grondstoffen, vooral metalen voor oorlogstuig. Pastoor de Smet heeft het geluid van de klokken nog een grammofoonplaat laten zetten. Ik weet niet of die nog ergens te vinden is.

In 1944 werd het bestaan van de Duitsers steeds onzekerder. Ze waren bang voor een invasie. Ze wilden bunkers bouwen en daarvoor hadden ze ruimte nodig. Wij moesten vertrekken uit het Westland en hebben een tijd gewoond bij Vermeulen in Steenbergen. Daarna zijn we naar de Klad gegaan, waar we woonden bij Toon de Wit. Die hoefde niet weg, wij wel omdat ze bunkers moesten bouwen. De bunkers werden met de hand gebouwd door Nederlanders. De Duitsers voerden daar het materiaal voor aan. Het ging om vier bunkers, maar ze hadden plek gemaakt voor vijf. De vijfde is nooit gemaakt en in het gat daarvoor hebben we na de oorlog het dode vee gegooid. De eerste bunker had een koepel voor een afweergeschut. Die hebben ze ooit geraakt en hebben er dwars doorheen geschoten.

Deze bunkers stonden richting Zeeland. Eigenlijk compleet fout, want Tholen en Flakkee stonden onder water en de evacuees vanuit Tholen zaten ook bij ons. In juni 1944, op D Day landden de Canadezen en Engelsen in Normandië en dat was het begin van de invasie vanuit het Zuiden. Na een felle strijd volgde een snelle opmars. Op 2 september zaten ze al op de grens van Frankrijk met België en tien dagen later aan de grens met Nederland. De strijd werd gevoerd in Oost-Nederland en in het westen liet men nog teveel hangen. De Schelde was van belang voor de aanvoer over water.

Begin september vertrokken de Duitsers uit het Westland. De boeren moesten de kanonnen wegbrengen over de Belgische grens naar het Albertkanaal. Daarvoor werden bij diverse boeren (Mathijssen, Dekkers en Koenraad) de paarden gevorderd, die hebben ze ook nooit meer terug gezien.

Door de felle strijd die werd gevoerd in de Slag om de Schelde vanaf 10 september, werd pas op 27 oktober Bergen op Zoom pas bevrijd. Felle strijd was er aan de Zoomlinie en brug bij Bergen op Zoom werd opgeblazen. Daarna kwam Lepelstraat pas in beeld. Een groep mannen probeerde de sluis bij het Glymes (bij Vriens) te beschermen. Rini Elling heeft daar de dood gevonden. De kerktoren werd opgeblazen en de Duitsers vertrekken uit Lepelstraat. De kerk is voor een groot stuk vernield.

Voor ons als gezin betekende dat we weer weg moesten, want de Duitsers kwamen terug. Zij vorderden ons huis en verschansten zich in de kelder. De familie Dekkers mocht in hun huis blijven. Wij moesten een veilig onderkomen zoeken in de bunkers. We zaten daar eerst met 10 tot 12 man. Ook onze buren de families Dekkers en Suijkerbuijk zochten op een gegeven moment een veilig onderkomen bij ons. Uiteindelijk waren we zeker met 30 man. Er werd veel geschoten vanuit de Schansbaan. De Canadezen en Amerikanen stonden klaar om de bunkers te beschieten, niet wetende dat daar burgers in zaten, Kapelaan Sander heeft hen gewaarschuwd daarvoor.

Op woensdag vertrekken de Duitsers uit ons huis, maar niet nadat huis en schuur in brand hebben gestoken. De schuur hebben we kunnen blussen. Het huis is compleet afgebrand. Toen de meeste Duitsers gevlucht waren, waren er nog 2 Duitsers achtergebleven om de zaak te bewaken. Jan Dekkers is met de vader van Wim naar binnen gegaan. Een van de twee Duitsers had zijn geweer buiten weggezet en Jan nam dat mee. De Duitsers zijn uiteindelijk gevlucht op de fiets.

Op zaterdag werden we bevrijd. We waren eindelijk vrij, maar hadden geen huis meer…. Maar we leven.

Lepelstraat herpakt zich
De kerktoren lag in puin, maar de missen moesten doorgaan. Een paar weken zijn er missen geweest in de meisjesschool in het klooster. Er waren ook missen buiten op het schoolplein. Daarna in het patronaat dat tijdelijk als kerk diende. Maarten van Eekelen heeft er zijn communie nog gedaan. Er werd een soort balkon in gebouwd, zodat er meer mensen konden zitten. De herbouw van de kerk heeft een paar jaar geduurd. Veel mensen hielpen mee om de stenen schoon te bikken. De kruisweg was behoorlijk beschadigd en was er maar half meer. De huidige kruisweg hebben we jaren later gevonden in de Martelarenkerk in Bergen op Zoom, die gesloopt werd. We hebben die er eigenhandig uit gesloopt en naar Lepelstraat gebracht. Ook het Antoniusaltaar komt uit Bergen op Zoom. Pastoor Smet heeft de wederopbouw van de kerk in Lepelstraat niet meer mee mogen maken. Hij overleed vlak na de bevrijding.

Nog lang hebben er mijnen langs de wegen gelegen, zoals aan de Zoekweg, de Stierenweg en de Zonnekreekseweg. De aanvoerwegen naar de bunkers. Ook in het Glymes lagen mijnen en bij de watergang aan de Panacher. Mulders is er met zijn kar op gereden en in 't Glymes verongelukte Baks, na het spelen met een graat. Een van de jongens van Petit heeft later op een mijn getrapt.

Meer weten over Bunkers in het Westland
Als je vanuit Lepelstraat richting Steenbergen rijdt, over de Kladde of over de nieuw aangelegde A4, prijken er vier betonnen bunkers in het agrarische landschap. Het zijn vier Duitse bunkers, overblijfselen van de Tweede Wereldoorlog, gebouwd in opdracht van de Duitse bezetter.

In West- Brabants en Steenbergen waren vooral de Duitse Troepen van de 719 Infanteriedivision gestationeerd. De Duitsers waren van mening dat ze bij aanvalsdreigingen vanuit het Westen de hele kust van Noorwegen tot aan de Spaanse grens in staat van verdediging moesten kunnen brengen. Daarvoor hadden ze aan de kust de Atlantikwall opgetrokken. Mocht die doorbroken worden, dan moesten er verderop in het achterland opvanglinies gebouwd worden. De bunkers in de Eendrachtspolder in het Westland zijn daar onderdeel van en werden in de loop van 1942 tot en met zomer 1944 gebouwd als een soort kralenkettting van Stützpunkte van Willemstad tot aan Bergen op Zoom. De Eendrachtstelling (in het Duits Eendracht Stellung) gaf toegang tot het Hollands Diep en het Volkerak bewaakte, de monding van de Rijn en Maas.

De bunkers aan de Zonnekreekseweg werden waarschijnlijk gebouwd door een lokale aannemer. Steenbergen kende namelijk een aannemer die op grote schaal bunkers bouwde voor de bezetter. De onderdelen van de gebouwen, zoals de stalen ontluchtingsbuizen, werden door lokale medewerkers in de werkplaats van wat tegenwoordig garage De Cuelenaere is gemaakt, aldus de overlevering.

Het kanon kon via de stalen deur aan de achterzijde naar binnen worden gereden. Bij binnenkomst zijn twee nissen te zien. De nissen waren ontworpen om 500 stuks ammunitie te bergen. In de gevechtsruimte van de bunker werd een ventilator geplaatst om de kruitdampen af te voeren.

De bunkers van de veldartillerie-stelling (nu eigendom van Rijkswaterstaat) bevinden zich allen in zeer goede staat, zelfs het tweetal op het dak geplaatste Tobruks (8 hoekige/ ronde gaten aan de bovenzijde van de bunker) zijn intact. De vier geschutsopstellingen (model 612) bevinden zich tussen de Zonnekreekseweg en het Zwarte Wiel in Steenbergen. Model 612,bunkers, Duitse benaming Schartenstand für Lande- und Sturmabwehrgeschutze ohne Nebenräume, hebben de volgende afmetingen: breedte 10m, hoogte 5m, diepte 10m. De muren zijn 3 meter dik, in totaal is er 385m3 beton gebruikt. In totaal zijn er 649 bunkers van dit type gebouwd door Europa.

Opblazen van de kerktoren
De kerktoren van Lepelstraat is op maandagmorgen 30 oktober vroeg in de ochtend geheel opgeblazen met 150 kg dynamiet. Na de explosie was de kerk van Lepelstraat zwaar beschadigd, maar toch zijn er nog diverse originele zaken terug te vinden in de huidige kerk. Praktisch ongeschonden zijn de preekstoel, de communiebanken, het hoogaltaar, de gebrandschilderde ramen in de absis en op de koren en het Antoniusbeeld. Het afvoeren van al het puin, balken, planken en dakscherven nam veel tijd in beslag. Pas in december 1944 was de zaak op orde. Het herbouwen van de kerk zoals die oorspronkelijk was, zat er niet meer in. De kerk is in versoberde vorm terug opgebouwd, echter zonder de fraaie 60 meter hoge toren.

Herinneringen van Mevrouw Plasmans Otte
Ons Cor trouwde 17 september 1944 en daar had ze een koets met 2 paarden ervoor. Een Nederlander (Peer Kop van de Pierazenberg) wilde de paarden vorderen voor de Duitsers. Maar een van de Duitsers weerhield hem daarvan. Hij gunde hen het geluk van die dag. Ons Cor had ook een biggetje gekocht. Toen ze op de vlucht gingen hebben ze dat ook meegenomen naar Notendaal. Alle spulletjes voor hun huis, 6 stoelen, een matje en een ledikant, waren na de bevrijding bij terugkeer in hun huis verrinneweerd. Wij zijn uit angst gevlucht naar Lauw Koenraad aan de Stoofdijk. Toen Lepelstraat in de lijn van het geschut lag, wilde mijn vader ons een veilige plek geven. Hij had daarvoor een gat gegraven in de tuin en met pakken stro had hij daarvan een schuilkelder gemaakt. Mijn moeder kookte nog wel in huis. Pa ging met gevaar voor eigen leven naar bakker Van Overveld om brood en moest dan vaak in de sloot duiken voor de Duitsers. De familie woonde in 't Laag naast Timmermans (de Kattekul). Daar zaten de granaatscherven in de schouw. Pa klom op de ladder om dat gelijk te gaan maken, ondanks het gevaar wat dreigde. We waren stikbang, maar toch. Beschietingen gingen heen en weer en diverse Canadezen sneuvelden, soms ook van kogels van eigen leger.

Op Dolle Dinsdag in september waren de Duitsers vertrokken uit het klooster. Alle inwoners sloegen aan het graaien, maar dat moesten ze daarna allemaal terugbrengen. Ik diende in die tijd bij Janus Adriaansen op het dorp. We kwamen Engelsen tegen, waar we geen woord van verstonden. We kregen sigaretten van hen. Na de bevrijding stonden er nog palen in het Westland voor de vliegtuigen en lagen erbij Christ Ooms brandbommetjes op de akkers. Rinus Meesters stak die dan aan en vond dat erg leuk. Het huis van Geert Jochems is door een brandbom verwoest. Hij ging daarom naar de Ruige Velden naar 't Hof. Daar woonden de grootouders van Maarten van Eekelen ook.

Marie kan zich ook nog herinneren dat er in verband met de bevrijding kleine optochten waren, op de klad en aan de Stoofdijk. Zij was daar ook bij en reed mee op een kar waar uitgebeeld werd wat voor werk je deed. Ook waren karren waarop de bevrijding werd gevoerd.

Herinneringen van To Karremans
Met de bevrijding waren wij weg. Wij waren zo bang. Bij elke voltreffer ging de lamp uit. We zijn gevlucht naar Tante Anna in Nieuw-Vossemeer. We vonden onderdak bij boer Luijks. We waren nog maar net weg hier en toen was er een voltreffer. Ik herinner me ook hier een Duitser woonde, die sliep 's nachts op het kerkhof in het dodenhokje. Ze zochten hem. Het was een Duitser in dienst van het Nederlandse leger. Hij liep altijd in een uniform rond. Hij woonde met zijn vrouw tegenover het kerkhof. Hij is in de oorlog gedood. Zijn vrouw heeft er daarna nog lang gewoond. To kan zich ook nog herinneren dat het voorportaal van de kerk helemaal in elkaar lag, na het opblazen van de toren. To deelt ook met de ons de angst over de V1 en ook dat die ook in de buurt gevallen zijn bij Sjaak Uijtdewillegen en Pietje Van Meer. Het was een gat zo groot. De V2 kwamen over en vlogen weer terug. Die maakten geen geluid. De V1 wel, als die geen geluid maakte gingen ze vallen. Ook in het Westland is een V1 gevallen. Bij Lakwijk viel er een die niet ontploft is.

Herinneringen van Koosje Meesters
Koosje Meesters vertelt dat ook haar familie weg moest uit het Westland. Zij werkte toen bij Piet Koenraad aan de Langeweg en zocht daar een veilige plek. Haar vader en broer Piet zijn in het Westland in de bunker terecht gekomen. Maar niet zonder dat zij de spekkuip meegenomen hadden. Ja, ze moesten toch ook eten.

Jan Dekkers, die tegenover Matthijssen woonde, ging met eentje van Van Meer (van de Klorus). Op weg naar huis is hij door een granaat getroffen. Zij kwam gewoon aan bij de familie Korst, maar vertelde niks over het feit dat Jan dood was, zo ontdaan was ze. Ze hebben hem een week later gevonden in de ' Kwaaie Hoef'.

Koosje bezit nog een foto van toen ze een jaar of 16 was. Ze draagt een bloes gemaakt van parachutezijde. Ook heeft ze nog foto's uit de oorlog, waar haar vader opstaat.

Mochten de verhalen van deze Lepelstraters herinneringen bij u oproepen, die u graag met ons wil delen. Mocht u nog oude foto's hebben uit die tijd, die u aan ons zou willen laten zien. Dan kan dat. Neem even contact op met Betsy de Kock (tel. 06-14494404 of betsy.dekock@home.nl) voor het optekenen van uw verhaal. U vindt dan uw verhaal ook terug op de herdenkingsexpositie in de St. Antoniuskerk in Lepelstraat. De expositie wordt geopend op zaterdag 26 oktober om 14.30 uur en is te bezoeken tot half december.

Tot slot een herinnering uit het boekje van Jan Steijns
" In Lepelstraat werden de klokken uit de toren gehaald door de Duitsers. In de toren, bij de galmgaten, werd een groot gat gehakt, want anders konden de klokken er niet doorheen naar buiten. Aan de assen werden dikke staaldraden gemaakt en die werden op het kerkplein vastgezet aan een grote platte wagen. Daar werden de ongeveer 1,50 meter hoge en 1 meter brede klokken op gezet. Ze zijn allemaal gesmolten in de gieterij in Hamburg en het brons werd gebruikt voor munitie aan het front. Lepelstraat sprak over: " De klokken uit de toren, de oorlog verloren".

In de toren hing ter vervanging het angelusklokje, dat bij de explosie op 30 oktober 1944 ter onder is gegaan.

Meer berichten