
Groeien door meiregen
Vroeger hoorde je het in bijna ieder gezin zodra de eerste zachte mei-buien vielen: “Ga maar lekker buiten spelen, van meiregen word je groot.” Het was zo’n typische uitspraak van ouders en grootouders die vrijwel iedere oudere meteen herkent. Regen hoorde nu eenmaal bij de lente en daar moest je niet over klagen. In die tijd leefden mensen veel dichter bij de natuur en de seizoenen. Mei was een belangrijke maand voor boeren en gezinnen. Viel er genoeg regen, dan groeiden de gewassen goed, werd het gras voller en keek men hoopvol naar de zomer. Regen betekende groei, leven en voorspoed. Vanuit die gedachte ontstond ook de oude volkswijsheid dat kinderen van meiregen groot en sterk zouden worden. Maar er zat meer achter dan alleen landbouwgeloof. Het was ook een warme, eenvoudige manier van opvoeden. Kinderen werden aangemoedigd om naar buiten te gaan, te bewegen en niet bang te zijn voor een beetje regen of modder. Natte schoenen en vieze knieën hoorden erbij. Binnen blijven omdat het regende? Dat gebeurde bijna nooit. Misschien is dat juist waarom die uitspraak nog steeds zoveel nostalgie oproept. Het herinnert aan een tijd waarin spelen in de regen heel gewoon was en een simpele meibui vooral werd gezien als iets goeds. En eerlijk gezegd klinkt het vandaag nog steeds vertrouwd: “Niet zeuren, daar groei je van.”