Wil de Jong bij zijn muziekwand in huis.
Wil de Jong bij zijn muziekwand in huis. Foto: Jolanda Hugens Kommers

Een leven vol muziek

Algemeen

HUIJBERGEN – Wie bij Wil de Jong op bezoek gaat, wandelt regelrecht een muziekmuseum binnen. Vijfduizend lp’s en cd’s, netjes op alfabet in vakjes, sieren zijn huis. “Queen? Wacht even,” zegt Wil. Nog geen tien seconden later heeft hij A Night at the Opera in zijn handen. Zijn collectie is indrukwekkend, maar voor Wil draait het niet alleen om verzamelen; het is de soundtrack van zijn leven.

Wil’s liefde voor muziek begon al vroeg. Op achtjarige leeftijd, toen zijn leeftijdsgenoten nog brandweerauto’s spaarden, vroeg hij Sinterklaas om geld voor plaatjes. Het begon allemaal met de Beatles. “In 1963 zag ik een item over hen bij Brandpunt. Dat was een openbaring! Geen kinderkoortjes meer voor mij, ik wilde rock-‘n-roll.”

Popmuziek

Niet veel later drumde hij zelf in een bandje, Arrows, met een geïmproviseerd drumstel van een olievat. Repetities vonden plaats in de schuur van oom Piet, die een grondige hekel aan popmuziek had. “Maar ja, wij speelden daar toch. Toen hij een weekendje weg was, organiseerden we een concert. Twintig man publiek! Tot oom Piet onverwacht terugkwam... einde feestje.”

Muziekfeesten

Muziek bleef de rode draad in Wil’s leven. Naast zijn verzameling organiseerde hij jarenlang de Huijbergse Muziekfeesten, waar artiesten als Herman Brood en Rob de Nijs optraden. Het festival trok duizenden bezoekers, maar leverde ook bijzondere anekdotes op. Zoals de tent op het Tenenplein, waarvoor bomen moesten wijken. “We plantten nieuwe bomen, maar de gemeente vond ze te dun. Uiteindelijk mochten ze blijven, maar die bomen zijn nog steeds een maatje kleiner. Elke keer als ik erlangs loop, moet ik lachen.”

Ook ging er wel eens iets mis. “Een tentenbouwer uit Groningen had met een heftruck de tegels van het plein kapotgereden. De gemeente was woest, maar de tentenbouwer bleek failliet. Gelukkig loste Kees Rennen van het assurantiekantoor het op. Anders had ik voor die tenen moeten betalen!”

Wil had al besloten dat het festival van 2001 zijn laatste zou zijn. Maar het afscheid liep anders dan gepland. Na het opbouwen van de tenten ging hij nog even naar huis om te ontspannen in bad, vlak voordat het feest zou losbarsten. Daar sloeg het noodlot toe: Wil kreeg een hartaanval en werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Hij heeft daardoor nooit echt afscheid kunnen nemen van het festival dat hij jarenlang met zoveel passie had georganiseerd. “Het was een bittere pil, maar mijn liefde voor muziek blijft onverminderd. Music was my first love and it will be my last.

Wil zit nooit stil. Zijn platen blijven draaien, zijn encyclopedie wordt regelmatig geraadpleegd en plannen voor nieuwe popquizzen liggen alweer op tafel. Of, zoals Wil het zelf zegt: “Muziek is niet zomaar een hobby, het is een manier van leven.”

Music was my first love and it will be my last