Grenswachters 1 kampioen in 1956. Staand v.l.n.r.: Petrus Hoendervangers (Petrus van Mie van Liene), Bernard Lambrechts ( Bernard van Pol van Pierrekes), Flip Govers ( Flip van Louis de Kat), Frans van Beeck (Frans van Nilles de Wannes), Frans Brouwers, Janus Bril (De Vlooi). Zittend v.l.n.r.: Wim Verbrake (De Kommies), Jan Dominicus (Jan den Hane), Goort van de Velde (De Goort), Piet van den Bergh (Piet van Plin den Bart), Janus van Tilborg ( Janus van Kee de Rus).
Grenswachters 1 kampioen in 1956. Staand v.l.n.r.: Petrus Hoendervangers (Petrus van Mie van Liene), Bernard Lambrechts ( Bernard van Pol van Pierrekes), Flip Govers ( Flip van Louis de Kat), Frans van Beeck (Frans van Nilles de Wannes), Frans Brouwers, Janus Bril (De Vlooi). Zittend v.l.n.r.: Wim Verbrake (De Kommies), Jan Dominicus (Jan den Hane), Goort van de Velde (De Goort), Piet van den Bergh (Piet van Plin den Bart), Janus van Tilborg ( Janus van Kee de Rus).

Piet van den Bergh: ”Tot over mijn lijk tegen ODIO”

Sparta omgedoopt tot Grenswachters

PUTTE - COVID-19 weet nog steeds terecht alle aandacht op zich gevestigd. Tussen de bedrijven door maakt men zich tot dit jaar driewerf op voor een gepast feestje. In 2021 vieren immers Vivoo (75 jaar), ODIO (90 jaar) en eeuweling Grenswachters hun jubileum! Ruim 250 jaar voetbalhistorie. Oorsprong, ontwikkeling, hoogtepunten, anekdotes, heroïsche verhalen. Ditmaal een terugkeer naar het Putse voetbal van net na de Tweede Wereldoorlog. Aan tafel bij Piet van den Bergh!

Eind dit jaar is het precies honderd jaar geleden dat men net voor de meet de voetbalkrachten officieel bundelde. Onder aanvoering van legendarische namen als Alexander Hoendervangers en Benedictus van Beeck namen de Putse voetballers onder de vlag van Sparta aan de competitie deel. En met verve! Al snel maakten mannen als destijds in de volksmond genoemde Nandje den Herring, De Kiezewiet, Fons de Sik, Den Tel, Sjaak de Munte, Piet de Pruis naam met diverse titels in de Brabantse Bond. Meer dan duizend man tijdens een thuiswedstrijd vormde geen uitzondering in Putte. Naast het voetbal baarde Sparta opzien tijdens wielerwedstrijden, hardlopen, touwtrekken. Dit viel bij RKVB niet in goede aarde. Als tegenactie diende het Sparta-bestuur een aanvraag in bij de Voetbalbond te België. Zodoende speelde men van 1935 tegen louter Belgische tegenstanders. Gouden tijden voor club en Putse middenstand daar de supporters van over de grens nog al eens onder het genot van een borreltje of pintje bleven nakaarten. Sparta is waarschijnlijk de enige Nederlandse club die ooit in het Belgische voetbal uitkwam. Aan het Belgische avontuur kwam een einde door de mobilisatie in 1939 en daaropvolgende Tweede Wereldoorlog.


Naam

In 1940 werd het gehele Nederlandse voetbal samengebracht tot één bond, de KNVB. Na de bezetting keerde Sparta terug in de Nederlandse gelederen…en moest op zoek naar een nieuwe naam! Toepasselijk werd er voor ‘Grenswachters’ gekozen, dit als verwijzing naar de historische rol die het dorp in het Markiezaat van Bergen op Zoom had vertolkt. Naast de naamsverandering koos men tevens voor nieuwe clubkleuren: gele shirts, groene broeken en gele kousen!

Intussen had de jonge Piet van den Bergh (nu bijna 90 jaar) zich bij de club gemeld. Nadat hij op jonge leeftijd zijn vader verloor, werd hij door diens opa en oom eveneens geschoold tot timmerman. De voetbalsport zorgde in die dagen voor enige afleiding. “Ik was amper 15 jaar toen ik noodgedwongen mijn debuut toen in het eerste elftal maakte. Grenswachters moest een promotiewedstrijd tegen DEB uit Breda spelen en had enkele geblesseerde spelers. ‘Wat zetten ze er nou toch in, zo’n klein ventje?’, werd er aan de kant gezegd. Ik liep de longen uit mijn lijf en ben vervolgens vele jaren blijven staan. Het was toen net de wisseling van de wacht. Met ongeveer hetzelfde elftal hebben we daarna veel seizoenen gespeeld. Jos Verkuijl, Goort van de Velde, Robert Sluyts, Janus van Tilborg, Jan Dominicus, Bernard Lambrechts, Frans van Beeck, Janus Bril schieten me zo te binnen”, aldus laatste man Piet van den Bergh alias ‘Piet van Plien den Bart’.


Kapper Verrest

Het team maakte met name in de vijftiger jaren furore. Zo promoveerde het in 1952 reeds naar de Vierde Klasse, amper vier seizoenen later was het opnieuw feest. “In 1956 moest er op neutraal terrein in Nispen een beslissingswedstrijd tegen DEVO te worden gespeeld om te bepalen wie er kampioen zou worden. Heel Putte was afgereisd en ondanks dat DEVO favoriet was, wonnen wij met 4-2. In de daaropvolgende promotiewedstrijden verzaakten we evenmin en bereikten zodoende de Derde klasse, waar METO en ODIO speelden!”

Hoewel Piet van den Bergh toch ook over gedeeltelijke ‘Ostrechtse roots’ beschikt fonkelen zijn ogen als tegenstander ODIO ter sprake komt. “Dat waren de wedstrijden van het jaar. Daarin gaf je alles. Ook in die ene wedstrijd dat ik tegen Rinus Verrest stond. Voordat hij hier kapper en gewaardeerde medespeler werd was hij een gevreesde snelle aanvaller van ODIO. Over mijn lijk dat hij die middag zou scoren, ik gaf hem geen centimeter ruimte. Geïrriteerd zette hij even voor rust zijn noppen in mijn bovenbeen met een gapende wond tot gevolg. De gemoederen liepen op weg naar de kleedkamer hoog op en ik beloofde hem dit diezelfde middag nog betaald te zetten. De scheidsrechter van dienst hoorde dat en waarschuwde me om dit toch maar niet te doen. De wedstrijd ging vervolgens over en weer en uiteindelijk bracht Bernard Lambrechts ons op voorsprong. Kort daarop kreeg ik mijn kans. In een kopduel raakte ik met mijn doppen Rinus vol op diens bil. Hij liet zich met een brandcard wegdragen, Ossendrecht stond op zijn achterste benen, supporters liepen op het veld. De scheids, die het niet gezien had, gaf toch een vrije trap maar die werd vervolgens gemist. Na de wedstrijd hebben we het duel nog uitgebreid besproken in het clublokaal van ODIO. Toen we daar wilden vertrekken kregen acht man van de plaatselijke politieagenten en ODIO-supporters Mentink en De Ridder een bekeuring omdat onze fietsen niet op slot stonden!”


Tamara

Grenswachters vormde ook in die dagen een club waar soms spelers kwamen en gingen. Verkering in een ander dorp betekende dikwijls een verhuizing. Soms konden en gingen spelers elders een paar guldens opstrijken. “Ge moet dat maar niet opschrijven want dat komt misschien ‘stoeferig’ over. Maar ik heb ooit de kans gehad om naar Dosko te gaan, dat toen betaald voetbal speelde. Een slager uit Bergen op Zoom kwam wekelijks de bestelling opnemen en had wat bij die ploeg in de pap te brokkelen. Hij hield me een best contractje voor. Ik heb het niet gedaan want ik was net voor mezelf begonnen. Hadden ze me hier in Putte nooit in dank afgenomen en had mijn zaakje op kunnen doeken”, knipoogt Piet van den Bergh.

Als keerpunt in zijn carrière noemt Piet van den Bergh diens dubbele beenbreuk in het seizoen 1957-1958. Grenswachters stond fier aan kop van de Derde Klasse D en nam het thuis op tegen Zeeland Sport. "In een duel kwam ik slecht weg. Het leverde me twee weken ziekenhuis en een lange revalidatie op. Nadien ben ik op het veld nooit echt meer de ouwe geworden. Ik heb nog wel enkele jaren in het eerste elftal gespeeld, maar ik was banger dan daarvoor. Daarna heb ik nog tot mijn veertigste in het tweede gevoetbald voordat ik definitief de overstap naar de racefiets maakte. En sindsdien eigenlijk nooit meer bij Grenswachters ben geweest. Tot enkele seizoenen terug mijn kleindochter Tamara bij de dames ging spelen en ik zowel uit als ook thuis supporter ben”, besluit een trotse opa Van den Bergh.

Aan tafel met Piet van den Bergh.
Piet van Plin den Bert viert de promotie met bloem en fles.