Logo halsterse-zuidwestkrant.nl
André van de Rijzen met een afbeelding van de doopvont
André van de Rijzen met een afbeelding van de doopvont

'Drijfveer is juiste verhaal doopvont achterhalen'

HALSTEREN - In juni 2020 is het precies een eeuw geleden dat de doopvont in de huidige Sint Quirinuskerk in Halsteren terecht is gekomen. In 1919 werd de doopvont met een aantal andere kerkelijke schatten aangetroffen in een achtertuin aan de Kromstraat in Halsteren. André van de Rijzen (72), geboren en opgegroeid in de Kromstraat, is inmiddels vijf jaar bezig de toedracht en bestemming van de 'schat' boven water te krijgen.

Grootvader Marijn van de Rijzen had in 1919 een tuinman, Cornelis van Eekelen, ingehuurd om zijn tuin te spitten. De grond was in 1898 aangekocht. De tuinman stuitte er op een bijzondere vondst: een grote houten kist met daarin een doopvont in stukken, kandelaars, corpus van een crucifix en gedenkplaat. "Die plaquette vormde een belangrijke aanwijzing. Er staat op vermeld waarvoor de doopvont ooit is gemaakt en heel vroeger heeft gestaan: de huidige Martinuskerk. De doopvont is in 1549 gemaakt en is bekostigd uit een zogeheten zoenoffer. De spullen moeten in de tijd van de beeldenstorm zijn verstopt en een paar honderd jaar later ontdekt", vertelt André van de Rijzen.

Hij vervolgt: "Pastoor van Gastel van de katholieke kerk Halsteren kwam destijds de 'schat' opeisen. Hij haalde allerlei middelen uit de kast om de doopvont in zijn bezit te krijgen. In die tijd was pastoors wil wet. Toen mijn opa zei 'het gebeurt niet' reageerde de pastoor geïrriteerd. Er ontstond min of meer een strijd totdat de Brabantse Commissie tot bescherming van Monumenten zich ermee bemoeide. Niemand weet eigenlijk precies hoe het zit en dat is de reden dat ik in de materie ben gedoken. Als je alles gaat uitzoeken raak je verzeild in uiteenlopende kwesties. Ontbrekende zaken kun je verzinnen of uitzoeken; ik heb voor dat laatste gekozen. Intussen is het zover dat ik alle feiten op een rijtje heb", aldus Van de Rijzen.

In het onderzoek ging best wat tijd zitten. "Ik ben er de afgelopen jaren niet constant mee bezig geweest, het was meer een hobbymatig project voor de wintermaanden. Soms liet ik het weken of enkele maanden liggen, dan zocht ik weer wat uit. Vooral het in contact komen met mensen, bijvoorbeeld in het klooster, vergde nogal wat tijd.

Wie benieuwd is hoe het verhaal van de doopvont precies in elkaar zit, moet nog even geduld hebben. Volgend jaar in juni komt André van de Rijzen ermee naar buiten.

Meer berichten